www.sailing-dulce.nl

Zeilverhalen

Inhoudsopgave

Augustus 2006, Golf van Biscaje, eerste dag van de terugtocht
Augustus 2006, Golf van Biscaje, eerste dag van de terugtocht
Zomer 1996  Hoe is Tom ooit begonnen met zeilen?  Naar dit onderdeel 
Najaar 1996 Het Hollands Diep  Naar dit onderdeel 
1997  De Zuidhollandse en Zeeuwse wateren  Naar dit onderdeel 
1998 IJsselmeer en Waddenzee  Naar dit onderdeel
1999  Denemarken  Naar dit onderdeel
2000  Tychè en trubbels  Naar dit onderdeel
2001  Wight, Dieppe en de Engelse oostkust Naar dit onderdeel
Voorjaar 2002  De Engelse oostkust  Naar dit onderdeel
Zomer 2002  Opnieuw Denemarken  Naar dit onderdeel
Voorjaar 2003  Kanaaleilanden  Naar dit onderdeel
Zomer 2003  Rondje Schotland Naar dit onderdeel
2003/2004  Winter te Antwerpen  Naar dit onderdeel 
Voorjaar 2004  Ore & Alde River  Naar dit onderdeel 
Zomer 2004 Bornholm en het Götakanaal  Naar dit onderdeel 
Voorjaar 2005 Friesland  Naar dit onderdeel 
Zomer 2005  Noorwegen  Naar dit onderdeel 
Winter 2005/2006  Werken aan Dulce  Naar dit onderdeel 
Zomer 2006  Bretagne, Spanje en Portugal (heenweg)  Naar dit onderdeel 
Zomer 2006  Portugal en de weg terug  Naar dit onderdeel 
     

Hoe is Tom begonnen met zeilen?

1 september 1996: Ondertekening van het koopcontract voor Fairview. Links Herman Ursinus
1 september 1996: Ondertekening van het koopcontract voor Fairview. Links Herman Ursinus

Laat één ding duidelijk zijn: het is allemaal de schuld van mijn vriend Herman Ursinus. Als hij en zijn vrouw Marian mij en mijn toenmalig gezin in de zomer van 1996 niet hadden uitgenodigd om een weekend mee te zeilen op de Grevelingen in zijn Gib´Sea 352 "Fairview" (gebouwd in 1990), dan had mijn leven er waarschijnlijk heel anders uit gezien.

Herman leerde ik kennen in 1992, toen ik directeur was van het Beatrixziekenhuis in Gorinchem. We hadden een splinternieuw ziekenhuis gebouwd en voor de feestelijke openingsactiviteiten organiseerde ik een grote kunstmanifestatie in het oude ziekenhuisgebouw, voordat het in zijn geheel gesloopt zou worden. Dat was de manifestatie BRAIN/Internal affairs, met 45 kunstenaars, concerten, lezingen, e.d, een tot leven gewekte droom die zes weken zou duren en gewijd was aan "hersenen & kunst". Al die kunstenaars hadden het oude gebouw veranderd in een prachtige "hersenspeeltuin". De manifestatie zou bijna 7 ton (in guldens) kosten en behalve subsidies zocht ik ook naar sponsors. Zo kwam ik o.m. bij Herman terecht, die directeur was van MPH in Geldermalsen en ziekenhuisbedden verkocht. Herman sponsorde niet alleen, maar raakte intensief bij opbouw en organisatie van de manifestatie betrokken (o.a. de transfer van veel wassen beelden uit het medisch gruwelkabinet van Docteur Spitzner dat ik na lang zoeken in Parijs opspoorde) Zo werden we vrienden, in de hand gewerkt doordat Marian en hij net als ik in Deil woonden.

Na een gezellig weekend samen op de Grevelingen kreeg ik een ingeving. Herman had verteld dat hij zijn boot ging verkopen om over te stappen op een motorboot. Waarom zou ik die kans niet pakken? In mijn jeugd had ik wel gezeild op Zestienkwadraten in Friesland en in mijn studententijd had ik een doodenkelijke keer een boot gehuurd op Loosdrecht. Maar veel vroeger als jongetje las ik de stripboeken van Kapitein Rob en was mijn grote droom later ook kapitein te worden en over de wateren van de wereld te zwerven. Het leven nam een andere loop, ik werd dokter, vergat mijn droom en zeilde nooit meer.
Maar - zo dacht ik na dat zeilweekend - als ik nou die boot van Herman eens kocht....dan kon ik misschien nog iets realiseren van die oude droom. En dan kon hij me bovendien alles leren, want ik wist van niets.

Weliswaar wordt altijd ontraden om boten (en huizen, auto´s, e.d.) van vrienden te kopen, maar per 1 september 1996 was ik eigenaar van Fairview. De boot lag in Jachthaven Noordschans aan het Hollands Diep.
In de jaren die volgden zou het zeilvirus, dat zoveel tientallen jaren gesluimerd had, ongenadig de kop opsteken....
                                                              Terug naar boven

Najaar 1996: Het Hollands Diep

September 1996: eerste aarzelend rondje Hollands Diep. Aan het roer oudste zoon Rommert, toen 9 jaar.
September 1996: eerste aarzelend rondje Hollands Diep. Aan het roer oudste zoon Rommert, toen 9 jaar.
In de resterende maanden van 1996 kwam er niet veel meer van dan rondjes varen op het Hollands Diep en één keer de Dordtse Kil op. Dat was half september en ik werd er prompt aangehouden door de waterpolitie aan de verkeerde kant van de wal. Wist ik veel.... Door de Volkeraksluis durfde ik in elk geval nog niet.

Maar ik ging wél mijn vaarbewijzen halen en het marifoondiploma. In latere jaren volgden tal van cursussen zoals dieseltechniek, meteorologie en de diploma´s Marcom A en B.
                                                              Terug naar boven

1997: De Zuidhollandse en Zeeuwse wateren

Zomer 1997: Rommert (10) en Bas (7) in de pas bij de Roompot
Zomer 1997: Rommert (10) en Bas (7) in de pas bij de Roompot
In Deil hadden we aan de Bulckesteijnstraat (waar we in 1995 naar verhuisd waren) een buurman gekregen, die een ervaren zeezeiler bleek te zijn. Erik de Haan werd in die jaren een goede vriend én leermeester.

In het voorjaar bezochten we Middelharnis en Hellevoetsluis en gingen we eindelijk de Volkeraksluis door, naar Benedensas en via de Steenbergse Vliet naar Steenbergen. En de Krammersluis door, een klein eindje het zoute water van de Oosterschelde op. Maar het woei erg hard, dus maar gauw terug.

Gewapend met die eerste prille kennis en ervaring gingen we die zomer met Fairview Zeeland in, bezochten o.m. Zierikzee, Yerseke, Veere, Vlissingen (ik stond dromend aan de Westerschelde...), de Roompot, de Grevelingen op naar Brouwershaven. We hadden een heerlijke vakantie. Het mooist was: al die onbekende wateren verkennen het en voortdurende leren en ervaren, het boeken van al die kleine overwinningen. Onvergetelijk!
                                                              Terug naar boven

1998: IJsselmeer en Waddenzee

Voorjaar 1998: Schipper Erik de Haan
Voorjaar 1998: Schipper Erik de Haan
In het voorjaar van 1998 zeilde ik mee aan boord van Frihet, de Halberg Rassy 352 van buurman Erik, naar de Engelse Oostkust. Vier uur buiten IJmuiden ging mijn hevige zeeziekte zomaar over! We bezochten de Orwell River en brachten een bezoek aan de beroemde zeilerskroeg Butt & Oyster aan de slikkige oever bij Pin Mill. En legden aan in Bradwell met de al evenzeer beroemde kroeg The Green Man, in het waddengebied bij Walton-on-the-Naze (de Titchmarsh Marina) en in Woodbridge, de tijhaven aan het eind van de Deben River. Op die reis stak ik veel op van Erik en - niet te vergeten - van zijn zeilvriend Reitze Bloembergen, in de wandeling bekend als het Orakel van Kootstertille.
 
Daardoor voelde ik me die zomer voldoende bedreven om ook zelf verder te reiken: via de Staande Masten Route gingen we naar het IJsselmeer, bezochten Volendam, Enkhuizen en Hindeloopen. Daar ontmoetten we Frihet opnieuw. Vervolgens voor het eerst de met Fairview de zee op! Naar Harlingen, Terschelling en via de geulen in het Wad naar Texel. Onderweg begon het hard te waaien uit het westen, stroom tegen wind en we waren maar wat blij dat we ongedeerd in Oudeschild aan konden leggen.
Langs Den Oever ging het naar Amsterdam en opnieuw de Staande Masten Route, nu door Haarlem, en een bezoek aan Dordrecht kwamen we terug in Noordschans.
                                                              Terug naar boven

1999: Denemarken

Zomer 1999: schippers Tom en Erik op een mooie zomeravond in de kuip van Frihet. Marup, eiland Samso in Denemarken
Zomer 1999: schippers Tom en Erik op een mooie zomeravond in de kuip van Frihet. Marup, eiland Samso in Denemarken
In maart 1999 loop ik op de HISWA, waar ik inmiddels een vaste bezoeker ben, in het café van maandblad Zeilen een oude vriend uit mijn Utrechtse studententijd tegen het lijf: Henk Bezemer, redacteur en bekend zeezeiler. Na onze jaren als uiterst linkse studentenactivisten (we schreven samen loodzware, onsamenhangende neomarxistische stukken in het Utrechts studentenblad Trophonios en maakten deel uit van het bestuur van de z.g.  USF-grondraad) hebben we elkaar minstens 25 jaar niet meer gezien. Volkomen uit het oog verloren! Het weerzien is roerend. En...er is behalve bijpraten meteen een ander hot item: de zeilerij!

Buurman Erik heeft inmiddels besloten zijn schip van de hand te doen voor een grotere Halberg Rassy 39. Daardoor zit hij in het voorjaar nog een tijdje zonder boot. Erik en ik maken een voor Pinksteren een voorjaarstocht met Fairview, onder het motto "de twee Romeo´s". We slagen er niet in Engeland te bereiken en keren terug naar de Roompot. Daarna volgt een aangename week langs de Belgische kust.


Voor het eerst naar Denemarken

Die zomer gaan we met twee boten, de nieuwe Frihet van Erik en onze Fairview, door de Duitse Bocht naar Denemarken. In twee weekenden brengen we ons schip buitenom via IJmuiden, het Noordzee Kanaal, het IJsselmeer en de Friese wateren, naar Lauwersoog. Het is niet toevallig dat we onderweg voor een overnachting aanmeren bij Henk & Yvonne Bezemer in Amsterdam.

In het derde weekend motoren de beide schepen door de Duitse Bocht, tegen een licht oostenwindje in. Vanaf Cuxhaven keren we terug naar huis, de boten laten we liggen. Een week later keren we per auto terug (Erik komt later), beginnen onze vakantie en gaan het NOZ-kanaal door naar Kiel.

De vakantie in Denemarken is geslaagd. We bezoeken Sonderborg, Dyvig, Aaro, Middelfart (waar we naast een collega ziekenhuisdirecteur, George Witte, blijken te liggen), Juelsminde, en komen tenslotte terecht in het kleine, o zo knussen haventje Marup aan de westkust van het eiland Samso. Daar ligt ook Frihet, en er breken zonovergoten dagen aan van wandelen, fietsen, barbecuen en louter plezier hebben. Maar aan alles komt een eind, via de Grote Belt (Kerteminde, Lundeborg) varen we naar Svendborg en steken vervolgens over naar Kiel en het NOZ-kanaal. In Cuxhaven pakken we de auto terug naar huis.


Harde wind in de Duitse Bocht

Een week later vaar ik met Reitze (het Orakel, inderdaad) en diens zoon Jelmer (toen 15) ons schip terug. We vertrekken aan het eind van de middag met tij mee de Elbe uit. Er is geen wind, maar eenmaal buitengaats bouwt zich in het westen een donkere lucht op. Een aantal uren later waait het al 35 tot 38 knopen uit het zuidwesten. Dan staat ons eerste rif er al in, maar tijdens mijn wacht - om een uur of twee - wordt het me te gek. We zijn in de monding van de Weser, om ons heen dreutelen allemaal vissers onduidelijk heen en weer, het schip stampt en hangt hevig scheef. Ik wek Reitze (hoe kan die man slapen in dit geweld!) en we zetten een tweede rif. Het lijkt niet veel te helpen, voor mijn gevoel. We blijven ruim 7 knopen lopen en ik ben blij als om vier uur mijn wacht erop zit. Om een uur of tien lopen we het Friese Gat bij Schiermonnikoog binnen. Het rustige, gezapige motoren over de Dokkumer Ee naar Leeuwarden is een aangename verademing.

In een aantal weekenden varen we via Lemmer, Amsterdam (waar we Henk & Yvonne weer bezoeken), IJmuiden, Scheveningen en Hellevoetsluis Fairview terug naar Noordschans.

In september heb ik een leuk weekend op Fairview; met mijn dochter Floor en haar toenmalig vriendje brengen we aan bezoek aan Middelharnis. Helaas wilde mijn gezin niet mee.
                                                             Terug naar boven 

2000: Tychè en trubbels

Zomer 2000: Tyché ergens voor Scheveningen. Op het zwemplatform zoon Bas (toen 10)
Zomer 2000: Tyché ergens voor Scheveningen. Op het zwemplatform zoon Bas (toen 10)

Op de HISWA val ik dit jaar op een grotere boot, een Dufour 39 CC. Bij Jachtwerf Noordschans kan ik een goede deal maken, Fairview inruilen en een nieuw schip kopen. Tegen de zomer zal de oplevering plaatsvinden.

Het kost wel enig hartzeer want ik ben erg verknocht geraakt aan mijn eerste boot, trouwe metgezel in de jaren waarin ik de zeilpassie ontdekt heb. Niettemin heb ik behoefte aan een nieuw, groter schip, dat ik voor een deel zelf kan inrichten, gebruik makend van alles wat ik inmiddels geleerd heb.

(Terzijde: Fairview kreeg goede, nieuwe eigenaars. Charles en Jeannette Schuilenburg kochten het schip, herdoopten het Diederik, rustten het verder uit en staken eind 2005 de Atlantic over en brachten een lange tijd door in het Caribisch gebied, vooral op de Antillen. In de herfst van 2007 keerden ze via Bermuda en de Azoren naar Nederland terug)

Aan de ondertussen tot traditie verheven jaarlijkse voorjaarstocht, meestal tussen Hemelvaartsdag en Pinksteren en aanvangend en/of eindigend met een Captains´Dinner in Restaurant Aquarius op de oostelijke havenpier van Hellevoetsluis, nemen dit jaar twee schepen deel: Eriks Frihet en de Matjas, de supersnelle J133 van Esther Giesbers en Pieter de Kort. Pieter ken ik al jaren en hij is mijn opvolger als directeur in Gorinchem. Ik ben opstapper bij hen, want ik heb even geen boot. Een felle westenwind en hevige zeeziekte bij Esther en mij doen ons ´s nachts terugkeren en de Roompot binnenlopen. Frihetvanaf IJmuiden gestart, blijkt onder gelijke condities naar Scheveningen te zijn uitgeweken.  Uiteindelijk verbetert het weer en hebben we rendez-vous in Ramsgate en steken de Thames monding over naar de Orwell River.


Trubbels met Tychè

Pas eind juli vindt de oplevering van de nieuwe boot plaats. We dopen hem Tychè, dat in het Grieks zoiets betekent als "het gelukkige toeval". Trots varen we naar Willemstad, maar er zijn meteen problemen met de electriciteit en met de moter. Na het weekend slepen de mensen van de werf ons terug naar Noordschans. Na enige dagen is het probleem verholpen en we bezoeken die zomer (met veel zon) Goes, het Willemdok in Antwerpen en Breskens. Daar krijgt de motor zijn eerste beurt (50 uren) en blijkt waarom af en toe de keerkoppeling weigerde: niet goed vastgedraaid door de werf. Dat had nog forse problemen kunnen geven op de Westerschelde! Na de Belgische kust t/m Nieuwpoort te hebben bezocht, keren we via Scheveningen terug. Veel gedonder heb ik ook met de marifoon en de nieuwe LOWE HF-radio. Uiteindelijk blijkt de werf de beide antennes te hebben verwisseld! Als dat hersteld is ontvang ik met niet geringe trots via de HF-radio prachtige weerkaarten op mijn laptop. Maar dan is de vakantie al voorbij.
                                                              Terug naar boven

2001 Wight, Dieppe en de Engelse oostkust

Zomer 2001: Tychè voor Tower Bridge, London
Zomer 2001: Tychè voor Tower Bridge, London
De traditionele voorjaarstocht voert ons dit jaar het Kanaal in. Mijn gezin kan of wil niet mee. Tychè wordt gevaren door de zoon van Erik, Menno de Haan, en mijzelf, Frihet door Erik en Reitze en Matjas door Pieter en Esther. Het captains´dinner is dit jaar in Zeebrugge. Pieter en Esther keren de volgende terug wegens werkplichten. De resterende twee boten gaan via Dover en Eastbourne naar Wight, bezoeken de Beaulieu River en Yarmouth, ronden de Needles en steken oostwaarts Het Kanaal over naar Dieppe. Daar wisselt mijn opstapper Menno van plaats met Wybo Dekker, chemicus (www.servalys.nl) en een goede kennis uit Deil. In Nieuwpoort bega ik de stommiteit om diesel in de watertank te tanken. Buitengaats komt dat aan het licht als Wybo de vers gezette thee vreemd vindt smaken. In Ostende legen en demonteren we de tank. Chemicus Wybo weet het juiste oplosmiddel(wasbenzine) en daarmee reinigen we de tank en blazen alle leidingen door. Het helpt!

Die zomer zeilen we als gezin naar de Orwell River, bezoeken de Titchmarsh Marina in The Naze en Bradwell aan de Blackwater River, waar we een vrolijke avond in The Green Man doorbrengen. Vroeg in de ochtend steken we bij opkomend tij, voorzichtig navigerend langs en over de zandbanken, de Thames monding over naar Gillingham aan de River Medway. Daar krijgen we een touw in de schroef en moeten de wal op. Een duur bezoek! Dan varen we de Thames op naar London, tot vlak voor Tower Bridge. We blijven een dag of vier in St. Catharine´s Dock, doen aan sightseeing in de boeiende Britse hoofdstad en ik repareer ook nog zélf het pomptoilet. Ook in Ramsgate blijven we een aantal dagen, maar dat is omdat het buiten hard waait. Na een paar dagen neemt de wind af, maar bij de oversteek naar Ostende krijgen we toch een aantal uren Bf 8 voor onze kiezen. Het schip houdt zich echter prima met twee reven maar de bemanning is niet erg enthousiast. Via Zeebrugge en Zeeland keren we terug naar Noordschans.


De aankoop van Dulce

In september ben ik op de natte HISWA. Gewoon kijken naar andere schepen, gelijk velen. Maar eigenlijk kijk ik naar een beter schip. Ik ben toch niet erg tevreden over mijn Tychè. De zeileigenschappen vind ik niet denderend, het schip is niet erg snel. Bovendien zou ik graag, met het oog op grotere gezelschappen aan boord, een derde hut en een extra toilet hebben. Maar vooral ben ik gecharmeerd geraakt van het model deck saloon, dat in die tijd in opkomst is. Om twee redenen: bij slecht weer voldoende uitzicht om binnen te kunnen navigeren en sturen, en in havens liggend bij slecht weer niet dat gevoel te hebben in een grot of kelder te zitten.
Van de aanwezige boten op de HISWA komen er in mijn ogen tenslotte drie in aanmerking: de Waucquiez 43 PS, de Arcona 40 DS en de Jeanneau SO 43 DS. Maar er zijn grote verschillen qua eigenschappen, qua prijzen en qua inruilprijzen voor mijn (bijna nieuwe) huidige boot.

Voor een tweede onderhandelingsronde neem ik vriend Herman Ursinus mee naar de HISWA. Uiteindelijk krijgen we de beste deal bij Jeanneau-importeur Rob Krijgsman (www.krijgsman.nl) Eind februari 2002 kan de nieuwe boot in Drimmelen afgeleverd worden en dan vergt de afbouw ongeveer zes weken. In oktober vaar ik Tychè met mijn oudste zoon Rommert via Dordrecht en de Merwede naar de verkoopsteiger van Rob Krijgsman in Drimmelen.
                                                              Terug naar boven

Voorjaar 2002: Engelse oostkust

Voorjaar 2002: Inwijdingsborrel voor Ramsgate. V.l.n.r. Erik de Haan, de trotse schipper en Pieter de Kort
Voorjaar 2002: Inwijdingsborrel voor Ramsgate. V.l.n.r. Erik de Haan, de trotse schipper en Pieter de Kort

In het voorjaar van 2002 is Dulce klaar en zakt mijn huwelijk definitief in elkaar. Het is hier niet de plek om over het laatste uit te wijden. In elk geval droeg mijn zeilpassie, die niet gedeeld werd, aanzienlijk aan onze verwijdering bij. Met mijn broer Wiebe en zijn vrouw Marina breng ik het nieuwe schip van Drimmelen naar mijn eveneens nieuwe ligplaats in Marina Numansdorp, van Waldi & Jeannette Widmer Voor Noordschans was de boot te groot.

De traditionele voorjaarstocht gaat gelukkig gewoon door. Esther en Pieter de Kort zijn met Matjas van de partij en mijn nieuwe boot vaar ik samen met opstapper Albert Otter. Erik en Reitze moeten met Frihet van het IJsselmeer komen. We ontmoeten elkaar in Ramsgate en wijden Dulce in met een feestelijke borrel voor de kust (zie foto) Die week bezoeken we de Orwell River, Woodbridge aan het eind van de Deben River en waaien met een vette Bf. 6-7 uit NO terug naar Ostende. Tijdens het slotdiner in restaurant Acquarius richten we de Watersportvereniging Deil e.o. op (omdat Erik en ik Deilenaren zijn) en word ik voor het leven tot voorzitter benoemd. Klik hier voor 4 foto´s van de tocht.
                                                              Terug naar boven

Zomer 2002: Opnieuw Denemarken

Zomer 2002: Dulce in Anholt
Zomer 2002: Dulce in Anholt

In de maanden na de voorjaarstocht vraag ik me af hoe ik dit jaar de vakantie zal doorbrengen. Mijn beide jongens willen niet mee en juist als ik bedenk dan maar een solotocht met Dulce te gaan ondernemen, (her)ontmoet ik Ans. Zij is jaren geleden gescheiden. We zeilen een weekend in Zeeland (zie foto hier) Ze voelt er wel voor om verder mee te zeilen en in augustus varen we buitenom naar Vlieland en vervolgens Norderney. Als daar een gestadige, aflandige oostenwind blijkt te staan, hakken we de knoop door en zeilen langs de Deense westkust omhoog naar Thyboron en kneuteren door de Limfjord naar het eiland Anholt, midden in het Kattegat (zie foto hierbij en hier) Het is die zomer schitterend weer! Idyllische dagen brengen we door op het eilandje Omo in de Grote Belt, waar toevallig ook een zusterschip ligt, de Everjoy uit Drimmelen (foto hier) Op de terugweg slaan we halverwege het NoordOostzeekanaal het Gieselaukanal in en komen via het rustieke riviertje de Eider (foto hier) terug in de Duitse Bocht (foto hier), doen onderweg Helgoland aan (foto hier) en keren terug via Lauwersoog, Leeuwarden, het IJsselmeer en Scheveningen. Ans had nooit eerder gezeild, maar haar eerste zeetocht ging voorspoedig. Het weer werkte dan ook goed mee!

In het naseizoen komt mijn dochter Floor (toen 24) met haar toenmalige vriend Guido een weekend meevaren (foto hier) Zeer gezellig, maar in Yerseke haken Ans en ik vermoeid af en gaan te kooi, terwijl de beide jongelieden het dorp intrekken en bijna de kroeg worden uitgeslagen omdat Floor midden in een gezelschap vissers de kwalijke praktijken van het leegvissen van de wereldzeeën aan de kaak stelt. Uit het goede kruit gewassen, die dochter, dacht ik bij mezelf.

 

In de herfst maken we een reisje naar Straatsburg (niet met de boot, zie foto hier) Maar in de weekenden zijn we meestal aan boord. Zo maken we in oktober de beruchte herfststorm mee, in Jachthaven Numansdorp, met 55 knopen op de windmeter (zie foto hier)
                                                              Terug naar boven

Voorjaar 2003: Kanaaleilanden

Voorjaar 2003: Samen in de kuip in Honfleur. Deze foto zal in 2004 op onze trouwkaart staan.
Voorjaar 2003: Samen in de kuip in Honfleur. Deze foto zal in 2004 op onze trouwkaart staan.

Aan de voorjaarstocht nemen dit jaar Matjas en Dulce deel. Frihet gaat dit jaar niet mee. De Captains´ Table in Acquarius te Hellevoetsluis is echter twee weken voor Pinksteren goed bemensd met 9 personen. Pieter & Esther de Kort hebben Douwe & Riet Brik aan boord en bij Ans en mij schepen, behalve Ans´ broer Cees Steers, ook Wybo Dekker & Anny van Tissot uit Deil in. We varen eerst naar Ostende, waar als laatste oud-collega Han Schram bij ons aan boord komt. Zes personen in de Dulce! Helaas moet Matjas al weer naar huis. In de laatste week voor Pinkster zullen ze echter pogen ons nog in te halen.
Via Dover en Eastbourne bereiken we Wight, waar we een scheur in het grootzeil laten maken (een uitgescheurde leuver bij het hijsen van het zeil) Het is heel gezellig op Wight, waar een Engels gezelschap ons op de kade vermaakt met een Silly Hat Competition en Ans in de jury vraagt. Helaas moeten Wybo & Anny plotseling naar huis terug omdat Anny´s moeder plotseling slechter wordt.
We zeilen zorgvuldig om The Needles heen en steken Het Kanaal over naar Alderney, waar we een mooring vinden in Bray Harbour  (kijk hier voor 2 foto´s) Na een dag toeren met een wonderlijk huurauto´tje (soort jeepje) varen we met fors tij mee westelijk om Alderney heen en bereiken na een paar uur St. Peter Port op Guernsey. We huren een cabrio en rijden (links!) een dag over de uiterst smalle weggetjes (ik rijd er zelfs de linker buitenspiegel af, als er een tegenligger passeert) We zijn erg onder de indruk van het voormalige,ondergrondse Duitse Kriegshospital.
 
Inmiddels krijgen we bericht van Matjas, die in Wight arriveert, dat ze geen tijd meer hebben zich bij ons te voegen. Ook wij moeten terug, via Cherbourg (waar Han afstapt) bereiken we het schilderachtige Honfleur, waar we een box in het stadshaventje krijgen en een paar dagen genieten van terrassen, restaurantjes en alle voorbijslenterende toeristen (hier 2 foto´s) De terugreis voert langs Dieppe, Boulogne en Zeebrugge naar Wemeldinge. Daar ontmoeten we toch nog Frihet met Erik en Reitze aan boord.

Eind juni hebben we een gezellig weekend op het Hollands Diep en in Willemstad, met mijn jongste zoon Bas (toen bijna 13) en zijn vriendje Luc aan boord (foto hier)
                                                              Terug naar boven

Zomer 2003: Rondje Schotland

Zomer 2003: Henk B. kijkt tevreden. Met Bf 8-9 in de kont stormen we bij Edingburgh de Firth of Forth uit
Zomer 2003: Henk B. kijkt tevreden. Met Bf 8-9 in de kont stormen we bij Edingburgh de Firth of Forth uit

Deze zomer is een topzomer! Het is vrijwel overal in Europa mooi weer. We maken dan ook een schitterende reis met Dulce, met Yvonne & Henk Bezemer aan boord, naar Schotland. Onderweg zien we bij zonsondergang op de tweede dag de fameuze Green Flash, een intens groen licht direct nadat de zon onder kim is gegaan en dat veroorzaakt heet te worden door inversie van luchtlagen. In drie dagen bereiken met aangename west- tot zuidwestenwinden Inverness, het begin van het Caledonisch Kanaal, dat via een aantal uiterst diepe meren (waaronder Loch Ness) naar de westkust voert. (Hier 8 foto´s van onze tocht door het kanaal) Via Tobermory bereiken we Stornoway op de Hebriden. Onderweg zien we walvissen, dolfijnen en haaien (basking sharks, zegt Henk) In Stornoway worden we begroet door een grote, logge zeehond, kennelijk een vaste bewoner van de haven. Lodderig steekt hij zijn kop uit het olieachtige water om te zien wie er aankomen. Twee dagen later varen we om Cape Wrath heen naar Stromness op de Orkney Eilanden. Op de terugweg doen we Edingburgh aan, waar net het beroemde theaterfestival plaats vindt. (Klik hier voor 12 foto´s van de Hebriden, de Orkneys en Edinburgh)

Over deze reis schreef Henk een mooi artikel in Zeilen, dus daarom houd ik het hier kort. Zie: Rondje Schotland. Mijlenvreters, de voordelen van doorzeilen - Tekst: Henk Bezemer, foto´s: Tom Zijlstra, Zeilen 4, april 2004. Voor het artikel klik hier.


Drie dingen

Maar toch zijn er drie belevenissen die ik wil noemen, omdat ze veel voor me betekenen. De eerste wordt ook bescheven in het artikel van Henk, de beide andere zijn anders. De eerste daarvan is privé, de tweede deelde ik met Henk maar komt niet aan de orde in zijn stuk.

Allereerst "the Green Flash". Het is precies zo gebeurd als Henk in zijn artikel in Zeilen beschrijft. Ik heb het zelf gezien en ik zal het nooit vergeten. Hoe de zon onderging, achter een wolkenband passeerde en weer zichtbaar werd en dieporanjerood achter de horizon verdween en hoe - na enkele seconden - opeens een wonderlijk smaragdgroen puntlichtje opgloeide, op de zelfde plek waar de zon was ondergegaan, even bleef gloeien en toen opeens verdwenen was. Een fenomeen van een verbijsterende schoonheid.

Het tweede punt betreft de Amerikaanse dichter Robinson Jeffers, die ik in de dagen las toen we tussen de eilanden westelijk van Scholtland doorzeilden. Een gebied mooier dan ik kan zeggen. Het immense toeval is zelden veraf voor wie het wil zien. Ik las een aantal gedichten die zich exact in dat gebied afspelen en die me diep ontroerden. Bij gelegenheid kom ik daar nog eens op terug (zie in de rubriek Beschouwingen)

De derde ervaring vond plaats toen we na een rustdag wegvoeren uit Stornoway, hoofdstad van Lewis, het grootste eiland van de Outer Hebrides. Het weer was ongebruikelijk rustig voor dit gebied. Henk en ik zaten als zo vaak broederlijk gebogen over het schitterende boek Scottish Islands van Hamish Haswell-Smith, onmisbaar standaardwerk om iets van al deze eilanden te begrijpen. De zeekaart lag naast ons, ver aan bakboord tekende zich de Butt of Lewis af, de noordkaap van het eiland dat we een paar uur eerder verlaten hadden. Op één en hetzelfde moment viel ons oog op een eiland, waar we allebei onmiddelijk heen wilden. Het lag misschien 40 mijl verder, iets noorderlijker dan de koers die we aanhielden om langs Cape Wrath te komen en af te buigen naar de Orkney´s. Rona, een klein, verlaten eiland met mythische proporties. Al ruim honderdvijftig jaar niet meer bewoond, in 1844 vertrok de laatste familie naar Lewis. Er is een vuurtoren en voor de rest zijn er ruïnes van een kapel en wat huizen. Er zijn geen goede ankerplaatsen (en misschien is dat maar goed ook), het is een beschermd natuurgebied en heel af en toe komen er wat herders om de halfwilde schapen te scheren. Henk en ik droomden weg. We waren al bijna onderweg toen Yvonne en Ans ons erop wezen dat we hier absoluut geen tijd voor hadden... Tja, daar hadden ze een punt. Maar dat verlangen naar Rona zal ik nooit meer vergeten.
                                                              Terug naar boven

2003/2004: Winter te Antwerpen

Januari 2004: Volkeraksluis
Januari 2004: Volkeraksluis

We besluiten Dulce dit jaar niet op de wal te zetten. Tot diep in het najaar brengen we de weekenden aan boord door, maken een fikse Zuidwesterstorm van bijna 60 knopen mee (in de jachthaven) en zien Sinterklaas langsvaren. Rond de jaarwisseling varen we naar Wemeldinge, waar we overnachten (hier 2 foto´s) De volgende dag door het Kanaal door Zuid-Beveland naar de Westerschelde. Het is bar koud en af en toe moet ik het brandstoffilter van de kachel doorblazen. Maar ondanks dat is het geweldig, zo ruig en eenzaam de wateren nu zijn. Langs de kerncentrale van Doel (foto hier) en door de Rooiersluis bereiken we het Willemdok in Antwerpen. Daar blijkt het drukker dan we dachten, allemaal motorboten, en we zijn blij dat we tevoren telefonisch een ligplaats hebben gereserveerd. De meeste scheepjes zijn uitbundig van kerstverlichting en electrische kacheltjes voorzien (foto hier) Zoveel, dat ieder halfuur de walstroom wegens overbelasting uitvalt. Dan loopt er iemand naar het bureau van de havenmeester (ook ´s nachts), draait een nieuwe zekering in en dan hebben we weer een halfuur licht en warmte. Toch is het een fraaie ambiance en het is trouwens in het Antwerpse stadscentrum, waar we vlakbij liggen, vreselijk gezellig.  De dagen vliegen voorbij. Op oudejaarsavond bellen we al onze kinderen, zes in totaal (zie foto hier) Als we teruggaan sneeuwt het en op de Schelde is het zicht zeer beperkt. Voor het eerst vaar ik bijna volledig op de instrumenten: radar en electronische kaart, boven elkaar geprojecteerd in het scherm van de Raymarine-repeater op de stuurstand (hier 2 foto´s) Het gaat prachtig! Na een paar uur klaart het weer op. Via het Kanaal door Zuid-Beveland, de Oosterschelde en de Volkerak (foto boven) bereiken we Willemstad, waar we heel stil als enige boot in het anders zo overbevolkte stadshaventje overnachten (foto hier) De volgende dag steken we over naar Numansdorp. Een geslaagde tocht.
                                                              Terug naar boven

Voorjaar 2004: Ore & Alde River

Voorjaar 2004: Kade van Aldeburgh
Voorjaar 2004: Kade van Aldeburgh

Op 26 maart treden we in het huwelijk, zoals dat heet, op het stadhuis van Geldermalsen (zie foto hier) Eind april zeilen we een lang weekend Zeeland in. De eerste dag gebeuren er allemaal rare dingen. Op de snelweg al, onderweg naar de jachthaven in Numansdorp, passeren we een auto met een paardentrailer. Er staat geen paard in maar een dromedaris. Op de Oosterschelde zien we - heus waar! - een lijk drijven van een vrouw in een oranje jurk. Het is net Koninginnedag geweest. Haar hoofd hangt voorover. Er is een ander zeiljacht bij, dat op de VHF de politie al heeft gewaarschuwd. Die komt in de verte aanvaren. We zetten onze reis voort. Eenmaal in Veere aangekomen (zie foto hier), zien we in het halletje van de jachtclub een bebloed jack hangen. Niemand weet van wie dat is. Een vreemde dag, nietwaar? We ontmoeten er in elk geval weer Nicky en Juul, de dames van de jachtclub (zie foto hier) De dagen erna bezoeken we Ostende.

 

Twee weken later begint de traditionele voorjaarstocht met Esther & Pieter de Kort en Riet & Douwe Brik op de Matjas. Ans en ik worden vergezeld door Ans´ broer Cees en nieuweling Hans Ruijs. Wegens windstilte motoren we de Noordzee over naar Harwich en de Orwell River (foto hier) Hans heeft een boek voor beginnende vissers gelezen en slaat onderweg een meeuw aan de haak. Voorzichtig bevrijden we het arme dier. In de Butt & Oyster, Pin Mill, is het eten nog beroerder dan gewoonlijk, maar het is natuurlijk wel erg gezellig (2 foto´s hier)

Onze doelstelling dit jaar is het gebied van de riviertjes Ore & Alde. In eerdere jaren lukte het niet er op tijd te zijn. De ondiepe drempel, die zich ook nog steeds verplaatst, moet bijna exact bij HW genomen worden. Tijdig vertrekken we uit Wolverstone Marina, waar de havenmeester ons het laatste dieptekaartje gaf. Dulce gaat voorop en nadert vanaf de uiterton voorzichtig de belangrijkste groene boei, waar je scherp naar stuurboord moet en vlak langs het kiezelstrand het riviertje op moet varen. De dieptemeter stijgt tot minder dan één meter, maar niet verder. Gelukkig is er weinig stroom. We varen nauwelijks meer dan een meter uit de wal, aan stuurboord zijn zandbanken waar de branding schuimend op breekt (foto hier) Dan zijn we erdoor, Matjas volgt een vijftig meter achter ons. Er verschijnt een verstild landschap van slikkige kreken, hoge rietkragen en kwinkelerende vogels. De diepgang neemt weer toe. Genietend motoren we zachtjes het riviertje op, dat eerst noordwaarts de kust volgt. Bij het plaatsje Aldeburgh buigt de stroom westwaarts. Daar wordt het na een aantal mijlen ondiep. Bij een kade ligt één vrije visitors´mooring, waar we beide boten aan vastknopen (foto hier) We pompen de dinghy´s op en gaan aan wal (foto hier en boven) Aldeburgh, bekend door de componist Benjamin Britten die er een beroemd jaarlijks muziekfestival begon, is schilderachtig en typisch Brits. We maken een lange wandeling en nemen een verlate lunch in de hoofdstraat. Hans vangt ´s avonds een ondermaats visje. ´s Nachts hangt de crew van Matjas een blikje sardines aan zijn vislijn.

De volgende dag varen we terug. Niet ver van de monding liggen een kade en een botenhelling. Dat is Orford Haven (foto hier) We vinden twee vrije moorings en bezoeken het knusse dorpje met cottages, weelderige tuinen en een pleintje met een winkel. Buiten het dorp staat een groot kasteel, Orford Castle. 's Avonds geeft Hans, die in een vorig leven zanger was, een indrukwekkend opera-recital aan boord van de Matjas (foto hier) De volgende dag vertrekken we met HW, als de de drempel naar zee genomen kan worden. Met hetzelfde tij weten we de drempel van de Deben River te nemen en vinden halverwege bij Waldringfield vrije moorings en een gezellige pub.Via Ramsgate gaat het naar Ostende, waar we het treffen. Er zijn havenfeesten en het ene na het andere tall ship loopt vlak langs ons de Mercatorhaven binnen (o.a. Thalassa, Mare Frisium, Artemis en de Oosterschelde) Het afsluitend diner is in Zierikzee, waar ook Erik zich bij ons voegt.
                                                              Terug naar boven

Zomer 2004: Bornholm en het Götakanaal

Zomer 2004: het betoverde meer Viken in Zweden
Zomer 2004: het betoverde meer Viken in Zweden

Deze zomer besluiten we ons gerieflijke, grote huis in Deil, met een inpandig zwembad (foto hier) en een grote tuin (foto hier), te koop te zetten. In 2007 willen we immers voorgoed vertrekken met onze boot. Voor die tijd moeten we het huis verkopen en daar is tijd voor nodig. Als we het eerder kwijtraken, gaan we voor zolang een huurflatje zoeken.

 

Voor de zomertocht heb ik dit jaar vijf weken kunnen uittrekken. Met Erik zal ik de boot van Numansdorp naar Kiel brengen, waar Ans met mijn broer Wiebe en zijn vrouw Marina met Eriks´auto heenrijden. Erik keert vervolgens met de auto terug.
Helaas, het is weer eens motoren geblazen. Na IJmuiden gaan we de nacht in en krijgen het tij mee. Als de dageraad stralend aanbreekt zijn we bij Texel. Daar krijgen we nog een keer 6 uur tij mee, richting Norderney. "Prima planning!", prijzen we onszelf. Maar in feite hebben we gewoon geluk gehad. Het gaat dan ook erg snel en daarom besluiten we rechtsstreeks naar Helgoland te varen. Daar kunnen we morgenochtend bij daglicht aankomen. We zetten een waypoint op een groene ton van de shipping lane boven Norderney en brengen een dommelige middag door, tot we met een rotklap ons waypoint aanvaren. Besmuikt steken we over en varen boven het TSS naar het oosten. ´s Nachts om een uur of één, er is geen zuchtje wind, stopt de motor en blijkt dat we een fors touw in de schroef hebben. Geen wind, geen motor, geen mogelijkheid te ankeren bij een diepte van 45 meter, terwijl we langzaam het TSS in drijven waar al die verlichte flatgebouwen vlak langs ons donderen  - we roepen de kustwacht op en krijgen een sleep naar Helgoland. Het boeiende verhaal beschreef ik uitvoerig in een artikel in Zeilen onder de titel "Ah, ein Tampen in die Schraube!". Lastige nacht in de Duitse Bocht (Zeilen 1, januari 2005) Daarom houd ik het hierbij. De Tampe zelf kun je hier bewonderen. Voor het artikel: klik hier.


Naar Bornholm

Als een duiker 's ochtends de Tampe uit de schroef heeft gehaald (foto hier), motoren Erik en ik over een spiegelgladde, zonovergoten zee naar de monding van de Eider. Na de zeesluis tuffen we het dromerige riviertje op en overnachten in Friedrichstad, een door Hollandse kooplieden in de 17e eeuw gebouwd stadje. Via het Gieselau- en het NoordOostzeekanaal bereiken we Strande, aan de Kieler Förde. Hier arriveren de volgende dag Ans met mijn broer en diens vrouw (foto hier) Erik vertrekt terug naar Holland en wij kiezen meteen zee om rechtsstreeks naar het Deense eiland Bornholm te zeilen dat 140 mijl ver is. De hele dag hebben we prima wind, houden het Duitse eiland Fehmarn aan stuurboord en passeren tegen de avond, als de wind afneemt, een groot, lelijk windmolenpark in zee en de Deense haven Gedser op het eiland Falster. In de nacht steken we het Verkeersscheidingsstelsel Kadet Rende, tussen Falster en het Duitse schiereiland Zingst, over. Eigenlijk is het een driesprong en van alle kanten zien we scheepslichten naderen en passeren, uiterst verwarrend. Eerst houden we daarom een noordoostelijke koers, om zover mogelijk van de driesprong weg te raken en stekken zo vlug mogelijk het noordelijke been van het stelsel over. Dat duurt toch nog een uur en af en toe komen de grote zeekastelen toch wel erg dichtbij. Geen idee of ze je gezien hebben. Als het langzaam lichter wordt, zijn we eruit en zetten onder zeil koers naar het oosten. Nu kan er niets meer gebeuren, en met een prachtige, ruime zeilwind arriveren we aan het eind van de middag in Ronne, de hoofdstad van Bornholm.


Gotland

De volgende dag verkennen we het eiland op de fiets (wij) of op skates (Wiebe en Marina), de dag erop varen we naar Hammerhavn in het noorden, een zo idyllisch haventje (foto hier) dat we ook daar een dag blijven en o.m. het machtige Hammershus bezoeken, een kasteelruïne die de baai domineert. Daarna bezoeken we het wonderlijke Christianso (foto hier), twee uiterst kleine eilandjes, verbonden door een gietijzeren draaibruggetje (foto hier), en het al even piepkleine Zweedse eilandje Utklippan (in feite ook een duo-eilandje, net als Christianso) Het zeegebied richting Kalmarsund blijkt de volgende dag veranderd in een smerige, roodbruine soep, tientallen mijlen lang. Is het alg? Of iets anders? Na Kalmar willen we verder naar Byxelkrok op de noordpunt van het langgerekte eiland Öland, maar na een paar uur aan de wind tegen een aanwakkerende  Bf 6 in te hebben gestampt geven het op en wijken met ruime wind uit naar het vissersplaatsje Sandvik op de westoever van Öland. De volgende dag gaan we dan toch naar Byxelkrok (foto hier) en de dag erop steken we over naar het grote eiland Gotland, dat heel strategisch midden in de Oostzee ligt. We zijn erg onder de indruk van Visby, de hoofdstad van het eiland, waar een aparte sfeer hangt, baltisch zou ik zeggen (als ik wist wat dat was, zie foto hier) Het eiland is vaak van eigenaar gewisseld en binnen de vestingmuren, in de straatjes, steegjes en pleintjes hangt de historie van eeuwen vergeefse strijd om je heen (foto hier) We passagieren er een dag, repareren een van de navigatielichten (foto hier) en met spijt gaan we weer, steken over naar de Zweedse scherenkust, overnachten in Arkösund (foto hier) en varen de volgende dag ademloos door de zwaar beboste scheren naar Lem (foto hier) en schutten het Götakanaal in (foto hier)


Het Götakanaal

Het kanaal is daarna van een grote, rustige schoonheid. Rustig, want het Zweedse vakantieseizoen - dat in juli is - is achter de rug. Voor de tientallen sluizen en sluizentrappen hoeven we dan ook nergens te wachten (3 foto´s hier, genomen bij de beroemde sluis uit de thriller uit 1965 "De vrouw in het Götakanaal" van het Zweedse schrijversechtpaar Sjöwall & Wahlöö) De sluizen worden bediend door aangename jongelui, allen werkstudenten, die er plezier in hebben dat er nog een bootje langs komt. De rust doet het denken aan het Caledonisch Kanaal in Schotland, dat we in 2003 deden. Er zijn hier echter geen bergen, maar wel veel meer bossen. De natuur is wonderschoon, doet soms bijna betoverd aan zoals in het spiegelende meer Viken. Dat hoort bij de plaatsen op aarde waarvan je denkt dat je ze nooit meer zult vergeten. We zeilen met een ruim windje het meer over in een oranjerode avond, ons scheepje rimpelt het spiegelgladde wateroppervlak en het voelt alsof ze ergens hier gewoond hebben, de goden van de oude Scandinavische volken (foto hier) Soms leidt het kanaal door dichte, donkere naaldbossen en daar is het onwaarschijnlijk smal. Er is dan niet meer dan een meter water aan iedere kant van ons schip (foto hier) Na het Viken-meer loopt het kanaal opnieuw door de bossen (foto hier) Dan komen we uiteindelijk op het grote Zweedse binnenmeer, het Vänernmeer, waar het onaangenaam hard waait (foto hier) en we in de luwte van de hoge wal proberen binnen te lopen in een klein haventje onder een enorm Middeleeuws slot, Läckö. Maar daar stoten we met de kiel op rotsen onderwater - gelukkig niet hard - zodat we ons genoodzaakt zien ons heil verderop te zoeken. We varen in de lange, noordelijke avondschemering een paradijselijke doolhof van eilanden en kreekjes binnen, de archipel boven het schiereiland Kallandsö en vinden een knus vissershaventje, Spiken, waar ze vers gevangen vis verkopen. In dit gebied alleen al zou je een hele vakantie kunnen doorbrengen (2 foto´s hier) Maar ja, wij moeten helaas verder door naar Vänersborg, waar het Trollhättekanaal begint dat ons via een enorm diepe sluizentrap (2 foto´s hier) naar Göteborg (foto hier) en het Kattegat brengt. We steken supersnel met Bf 6 N-NW (foto hier) over naar het Deense eiland Laeso (foto hier) en de volgende dag zetten we in Alborg, in de Limfjord met spijt broer Wiebe en zijn Marina af. Hun vakantie is op en ze vliegen terug naar Amsterdam. Ans en ik motoren in een windstille avond naar het westen (foto hier) en overnachten in Logstor. De havenmeester vindt het niet de moeite ons liggeld te berekenen. De volgende dag arriveren we in Thyboron, het waait snoeihard uit WZW (2 foto´s hier) Vier dagen liggen we verwaaid en uiteindelijk gaan we toch nog een dag te vroeg terug, krijgen NW Bf 7-8 en hoge golfslag en slaan plat door een monstergolf in de avond van de tweede dag. Het verhaal hierover herhaal ik hier niet, het werd in oktober 2005 gepubliceerd in Zeilen. Voor het artikel: klik hier. Voor 4 foto´s van dat barre avontuur, klik hier.


Panne op Vlieland

Onwaarschijnlijk is wat er gebeurt als we na alle ellende rond 13.00 uur in Vlieland arriveren. Ans staat in het gangboord met een touwtje klaar om op de wal te stappen als ik plots geen voortstuwing meer heb en ook niet meer op de motor kan remmen. We raken onzacht de steiger. Bij onderzoek blijkt de gaskabel gebroken. Nergens blijkt een voldoende lange kabel te vinden, maar al improvisend lukt het drie Vlielanders via een bypass onder ons bed door een kortere te installeren. Maar je moet je toch niet voorstellen dat we deze storing onderweg in de storm hadden gehad (maar dat hadden we vast ook wel opgelost, want ik heb wel geleerd dat je met harde wind op zee vaak nog het veiligst bent) Twee dagen later zitten we in een restaurant op de boulevard van Scheveningen terug te kijken op de ervaring van het platslaan in een storm (foto hier) Raar maar waar, we stellen vast dat we doodsbenauwd waren en het vreselijk vonden maar dat ons vertrouwen in elkaar en in ons schip gegroeid is. De volgende dag meren we af in thuishaven Numansdorp, starten moeiteloos na vijf weken onze auto en karren terug naar Deil.
                                                              Terug naar boven

Voorjaar 2005: Friesland

Voorjaar 2005: Terug over het IJsselmeer
Voorjaar 2005: Terug over het IJsselmeer

In de winter schreef ik voor Zeilen een artikel over ons platslaan vorige zomer. Je vindt het stuk hier, onder de knop platgeslagen.doc. Er is veel sneeuw, deze winter. We genieten erg van ons huis en de tuin. De sneeuw maakt alles mooier dan ooit (zie 3 foto´s hier) Achteraf blijkt het onze laatste winter te zijn in dit prachtige huis.

Aan de voorjaarstocht doen dit jaar Matjas (crew: Pieter en Esther de Kort en opstappers Riet en Douwe Brik) en Dulce (crew: Ans en ik en zwager Cees) mee. Tevoren varen wij eerst nog met Cees zijn vrouw Mieke en hun zoon Bob naar Veere en Goes, waar de laatsten afstappen. Terug in Hellevoetsluis volgt het traditionele captains´dinner in restaurant Acquarius. De dag erop waait het fors uit WZW. Na het Slijkgat zetten we dapper koers richting Ostende maar tegen het middaguur hebben we genoeg van het gestamp, roepen Matjas op en melden dat we de steven wenden naar Scheveningen. Even nemen ze dezelfde beslissing. Een dag later drijft het pokkeweer ons via IJmuiden het Noordzeekanaal in en in Amsterdam overnachten de beide scheepjes langszij bij Henk & Yvonne Bezemer in Amsterdam Noord. De volgende dag lijkt iets beter maar al gauw is het weer allemaal kou, regen en wind. We schutten daarom bij Stavoren Friesland in en varen via de Fluessen en het Heegermeer naar Heeg, eten daar eens lekker uitgebreid en blijven een dag in de hoop op beter weer (foto hierMatjas heeft iets meer "guts" en blijkt doorgevaren te zijn naar Harlingen en Terschelling.

Op de terugweg knapt het weer inderdaad op, de wind ruimt naar NW, het wordt droog en de zon komt erbij. Met ruime wind steken we via Lelystad snel het IJsselmeer over (2 foto´s hier) en in Scheveningen treffen we Matjas weer. In restaurant Het Kokkeltje hebben we een gezellige avond, de volgende dag keren we naar thuishaven Numansdorp terug.
                                                              Terug naar boven

Zomer 2005: Noorwegen

Zomer 2005: Dulce aan de gemeentesteiger, eiland Hidra, Noorwegen
Zomer 2005: Dulce aan de gemeentesteiger, eiland Hidra, Noorwegen

Deze zomer is het opnieuw gelukt 5 weken weg te kunnen. De bestemming staat al maanden vast: Noorwegen! We hebben er veel over gelezen en het land met de schitterende fjorden trekt ons geweldig. Op eigen kiel zo´n fjord in te zeilen....

Een week voor vertrek slaat de bliksem in op onze steiger in Marina Numansdorp. De boot lag aan de walstroom. Gevolg: de acculader is naar de vaantjes en de GPS-antenne doet niets meer (die staat op de hekstoel en was het dichtst bij de plek waar de inslag op de steiger was) Jachtwerf Numansdorp heeft gevoel voor ons probleem, zo vlak voor de vakantie, en geeft ons prioriteit zodat ik toch op tijd met Erik het schip buitenom naar Harlingen kan brengen. Het is een voorspoedige trip, vroeg in de middag van de tweede dag leggen we Dulce in een box in de Noorderhaven (foto hier) Onderweg, op het wad oostelijk van Texel, krijg ik voor het eerst contrôle van de douane. Vriendelijk, correct maar beslist vragen ze onze paspoorten.


Overtocht naar Noorwegen

In Harlingen komen Ans en Erik´s partner Thea aan boord (foto hier) De volgende dag zeilen we met rustige wind naar Vlieland, eten daar genoeglijk met zijn vieren en worden een dag later door Erik en Thea uitgezwaaid. De weersvoorspelling is stabiel, W 4-5, en dat blijft de komende dagen zo. Goed weer voor een snelle oversteek, onze bestemming is Mandal aan de Noorse zuidkust, we schieten goed op en rekenen op drie dagen. In de loop van de tweede dag begint het echter steeds harder te waaien uit NO en wordt het stampen (foto hier) Het eerste en vervolgens het tweede rif gaan erin en we draaien de genua een stuk in. Had ik nu maar de kotterfok klaar gelegd! Maar met dit gestamp heb ik er geen trek meer in. Ik overweeg ruimer te gaan varen en te koersen op Stavanger, maar de Navtex waarschuwt dat men daar Bf 9 verwacht en dat geldt ook voor het gebied langs de Engelse en Schotse kust. In zulke situaties zoek ik het graag "hogerop" en besluit in de richting van de Deense kust te varen. Misschien kan ik Thyboron bereiken, dan verliezen we misschien maar één dag. Maar dan moet ik wel langs het beruchte Horns Rev zien te komen, want anders wordt het Esbjerg en dat kost minstens twee dagen extra.
Toch verlijeren we teveel om de banken van Horns Rev aan stuurboord te kunnen houden, waarop ik besluit de genua helemaal weg te draaien, het 3e rif te steken en op de motor vrijwel tegen de wind in verder te varen met wat druk in het zeil voor de stabiliteit. Ik wil zo snel mogelijk onder die kust zien te komen. Comfortabel is het niet, het schip zwoegt en stampt, de regen striemt en het waait nu constant NO Bf 8. Gezapig zitten we onder de buiskap en zien uur na uur de mijlen wegtikken. Nog 60 mijl, nog 50 mijl, nog 40 mijl, nog (maar) 30 mijl. Plotseling horen we geplons: dolfijnen! We gaan staan en zien opgetogen hoe tientallen zwartbruine vissenlijven langs het schip schieten en vóór om de boeg springen. Wat een snelheid hebben die beestjes en wat is zoiets toch een opsteker voor het moreel! Het weer blijft grijs en grauw, maar toch voelt het of de zon even doorbreekt. Dan zijn ze weg, even plotseling als ze kwamen.
Weer tikken de uren traag weg. Pas als we een mijl of 3 onder de Deense kust varen, wordt het rustiger. Ik val af en kan meer zeil zetten, schakel de motor uit en uur na uur snel noordwaarts zeilend bereiken we tegen de dageraad Thyboron (foto hier) Een dag later is er helemaal geen wind en leggen we - al lezend - de resterende 80 mijl naar Mandal motorend af (foto hier) Opzienbarend is plotselinge diepte van de zee, een mijl of tien uit de kust (foto hier) Gemiddeld is de Noordzee een meter of vijftig diep, maar hier is het opeens een paar kliometer. De dieptemeter weet er geen raad mee en blijft steken op 180 meter.


Het eiland Hidra

In Mandal (foto hier) is het gezellig, er zijn overal terrassen en 's avonds is er swingende live muziek. 's Nachts rond half vier hoor ik gestommel aan dek; als ik ga kijken blijkt onze vlag (met stok) gestolen. Van de dader geen spoor. Had ik hem gisteravond maar binnengehaald (wat ik eigenlijk altijd doe) In een bakskist vind ik een kleine vlaggestok en een Frans gastenvlaggetje, een kwartslag gedraaid, dient de rest van de reis als vervanging. Na twee dagen willen we naar het westen. Omdat de kapen Lindesnes en Lista berucht zijn vanwege ploselinge harde wind en ruig weer, zoeken de meeste zeilers - aldus de pilot - de luwte van de Noorse zuidoostkust op. Het is echter nog steeds stralend zonnig weer en kalmpjes ronden we beide kapen en zeilen de Flekkefjord in, de eerste van de diepe fjorden langs de zuidwestkust (foto hier) Het is inderdaad een indrukwekkende ervaring, zo op eigen zeil die machtige rotswanden te naderen, ertussendoor te zeilen en steeds dieper de fjord binnen te dringen (foto hier) Helemaal achterin ligt, na een mijl of 15, een vaste brug bij het plaatsje Flekkefjord. We meren af aan de gemeentekade (foto hier), waar verder alleen een Belgische tweemaster ligt. Er wordt geen liggeld geheven en de walstroom is gratis, een aangenaam fenomeen dat - zo blijkt later - alleen aan dit gedeelte van de kust bestaat. Maar we willen graag naar Rasvag, een plaatsje met een idyllisch, besloten havenkommetje op het eiland Hidra, een klein stukje westelijker. In de pilot van René Vleut (die we ook dit jaar met plezier benutten) staat immers dat "wie Rasvag eenmaal heeft aangedaan dit zijn leven lang zal herinneren". We blijven er vijf onvergetelijke dagen, maken een bergtocht, kopen verse wilde zalm van een vissertje, barbecuen op de gemeentesteiger en met de dinghy maak ik een lange verkenning langs de zuidkust en ontdek een fraai en beschut, natuurlijk haventje (dat gewoon geheim moet blijven!) met voldoende diepgang. Een klein paradijs om ooit eens naar terug te keren. Klik hier voor 3 foto´s.


Naar het oosten en langs de Deense oostkust

Het leven gaat echter verder en via de mobiele telefoon belt onze makelaar met het heugelijke nieuws dat hij een koper voor ons huis heeft gevonden. Daarmee wordt een belangrijke hobbel geslecht voor de voorgenomen zeiltocht rond de wereld! We voeren de onderhandelingen via de telefoon en moeten terug naar Mandal om per fax het koopcontract te tekenen. Geleidelijk aan moeten we alweer aan de terugtocht gaan denken. Omdat de weersituatie op de Noordzee onstabieler gaat worden, besluiten we voor de terugweg de beschutting van de oostkust van het Deense Jutland te benutten. Maar eerst varen we langs de inderdaad drukkere zuidoostkust, door de smalle vaarwaters tussen duizenden eilandjes door (vinger op de kaart!, zie foto hier), door het beroemde en beeldschone Blind Leia (2 foto´s hier) en via Kristiansand naar Lillesand (foto hier), waar het kermis is. Vandaar maken we een rustige oversteek van een uur of acht over het Skagerrak (foto hier), tot het binnen een uur bij de punt van Jutland snoeihard uit het oosten gaat waaien. We knokken ons om de kaap heen en lopen tegen het donker de boordevolle haven van Skagen binnen. We plakken Dulce ergens in 6e positie tegen een rij strijkijzervormige motorjachten aan, slagen er nog in een glas wijn te drinken en vallen in slaap.

Een paar dagen liggen we verwaaid in Aebeltoft , vlak voor het gerestaureerde fregat Jylland (2 foto´s hier) Het schip en het omringend museumcomplex ligt, eerlijk gezegd, zodanig verkeerd dat het hele havenuitzicht vanuit de stad afgesloten wordt. Hoe hebben ze dat kunnen verzinnen? Hier was ik ooit als jongetje, 15 of 16 jaar oud, met mijn ouders en broertje Wiebe op vakantie. We hadden een vouwkano; ik herkende het strand voor de camping, waar we toen te water gingen. Ik weet nog goed dat we toen op de camping rondjes mochten rijden in de Peugeot 404 van mijn vader en de Triumph TR 4 van Oom Bauke, die ook mee op vakantie was.
Ook nu steelt Aebeltoft mijn hart: we vinden een Grieks-Adzjerbadjaans restaurant van niveau en vooral een paar goed geoutilleerde acquarische boekhandeltjes, waar ik twee vooruitziende (en spannende) SF-romans vond over klimaatverandering. Vooral The world in winter van John Christopher (1962) was een pageturner: het beschrijft - in 1962! - hoe de moderne wereld een nieuwe IJstijd beleeft en hoe m.n. de noord/zuid verhoudingen daardoor veranderen. Fascinerend boek (slechts 10 kronen)!


Weer een net in de schroef

Een mooie aflandige wind waait ons de Kleine Belt in. We overnachten in het fraaie oude haventje van Middelfart naast een gammele vissersboot (foto hier) De dag erna stormen we met onweer in de rug naar Kiel, waar we een knus plekje vinden vinden naast de Kanaalsluizen in het haventje van Holtenau. Het weer is niet zo mooi meer, maar in het NoordOostzeekanaal merk je daar weinig van. Buiten de sluis van Brunsbüttel krijgen we echter W Bf 6, wind tegen stroom en moeten een paar uur hakken naar Cuxhaven. De dag erop lopen we 's ochtends vroeg met afgaand tij de Elbe uit, zonder wind. Ik heb de motor aan om op te schieten en zodoende maximaal profijt van het uitgaand tij te trekken. Juist als Ans zegt dat er hier wel erg veel viezigheid in het water drijft (bouwhelmen, plastic zakken, touwen, e.d.) stopt plotseling de motor en wil niet herstarten terwijl we ondertussen met een vaartje richting grüne Tonne 9 spoelen. Terwijl ik van alles check in de motorruimte begint het me te dagen: we hebben weer eens iets in de schroef én ik moet nu eerst grüne Tonne 9 ontwijken. Snel rollen we de genua helemaal uit en laten ons door het minieme beetje wind rakelings langs de vermaledijde ton trekken. Maar wat nu? Met het minieme windje zeilen we stroomopwaarts, maar maken nauwelijks voortgang. Aangezien we vlak voor de kentering vertrokken, duurt het nog een uur of zes voor we weer stroom mee krijgen. Dat houdt in dat we pas in de loop van de avond op het zeil - als er tenminste enige wind blijft - terug in Cuxhaven kunnen zijn. Daar hebben we geen zin in, we roepen de kustwacht op en na een uur worden we terug gesleept (2 foto´s hier) Het is geen prettig gebeuren maar de service is geweldig. Bij aankomst aan de steiger van de reddingsdienst staat er - je gelooft het niet - al een team van vrijwillige duikers klaar. En je gelooft ook niet welk een monstrum aan touw en netten die uit onze schroef halen: zeker een kubieke meter in omvang. Zie vooral de twee foto´s hier, waarvan er één ook in Zeilen stond.

Tegen de avond varen we opnieuw met het tij de Elbe uit. Op de motor want er is nog steeds geen wind. Toch is de tocht voorspoedig en in de middag van de volgende dag lopen we Vlieland binnen. De dag erop zeilen we rustig naar de sluis van Kornwerderzand, overnachten in de oude haven van Stavoren, kopen daar een nieuwe vlaggestok en vlag en ontmoeten mijn oud-collega Hans Dethmers, die solo met zijn bootje terugkeerde van Terschelling. Via het Noorzeekanaal, IJmuiden en Scheveningen varen we naar het Slijkgat en beleven we de laatste avond van onze vakantie in Hellevoetsluis, jawel, samen in restaurant Acquarius.
                                                              Terug naar boven

Winterseizoen 2005/2006: Werken aan Dulce

Voorjaar 2006: Jachtwerf Numansdorp, Lowy en Fons bouwen de Hydrovane op
Voorjaar 2006: Jachtwerf Numansdorp, Lowy en Fons bouwen de Hydrovane op

In oktober verhuizen we van Deil naar Andel, onder Woudrichem. Op een mooie plek aan de Andelse Maas niet ver van kasteel Loevestein, in een voormalig graanpakhuis, De Oude Silo geheten (zie foto hier) Het kon niet beter, onze boot kan straks beneden aan de steiger afgemeerd worden. Van een heel groot huis verhuizen naar een klein flatje is nog niet zo gemakkelijk. Het heeft zijn aparte, eigen problemen, veel spullen kunnen we immers niet meenemen. Ik doe mijn piano in de verkoop en in Utrechtse antiquariaten verkoop ik een aantal boeken en mijn collectie stripverhalen. De kringloopwinkel in Geldermalsen is blij met de rest van de overtollige bezittingen en voor ons is het een mooie oefening in onthechting. Als we in 2007 definitief vertrekken, moeten we immers nog verder afslanken!

Dulce gaat in november de wal op bij Jachtwerf Numansdorp (www.jachtwerf-numansdorp.nl) Met Lowy Sterken, de technisch bedrijfsleider, neem ik een lange lijst van werkzaamheden door, die - vooruitlopend op 2007 - ons schip verder geschikt moeten maken om op te leven. Voorzieningen die in de zomer van 2006, als ik drie maanden met Dulce zal varen, uitgeprobeerd kunnen worden. In de komende maanden worden Lowy en zijn collega Fons de Vroeg, electrotechnicus, mijn steun en toeverlaat.

Een belangrijk element op de lijst is een windvaanstuurinrichting. Voor grotere oversteken, als je zuinig met energie moet zijn, lijkt me dat een onontbeerlijke voorziening.
Ik heb me er uitvoerig over gedocumenteerd en neig ertoe voor Windpilot te kiezen. Er zijn twee soorten: de ene gebruikt het eigen roer van het schip, de ander werkt met een hulproer. De laatste is gevoeliger, voor een groot schip is een tamelijk fors hulproer nodig. Het hulproer kan echter als het nodig is, gemakkelijk gebruikt worden als noodroer. En je hebt geen stuurdraden door je kuip. "Ieder nadeel heb z´n voordeel", zoals vaak. Bij Windpilot twijfelen ze of de hulproer-versie Pacific Plus goed op mijn zwemplatform geplaatst kan worden en ze laten me verder modderen. In januari 2006 kom ik op BOOT Düsseldorf de stand van Hydrovane tegen, die een degelijke vaan mét hulproer leveren. Na veel plussen en minnen hak ik de knoop door en kies voor dit Canadees/Britse bedrijf. Als de spullen (volgens planning) begin maart op de werf worden afgeleverd, zijn Lowy en Fons onder de indruk van de degelijkheid van het materiaal. Heldere instructies vergemakkelijken de opbouw, die zodanig kan - mede omdat de vaan niet persé in de midscheeps hoeft - dat zwemplatform en zwemtrap bruikbaar blijven en de berging voor het reddingvlot ook.

In het begin van 2006 gaan Ans en ik een paar zaterdagen naar Amsterdam. We volgen een cursus Meteorologie van Henk Huizinga. Hij is de man van het bekende weekendweerbericht op de website van het maandblad Zeilen. Een nuttige, instructieve cursus. Aanbevolen!

Vanaf eind februari voeren Lowy en Fons, soms ondersteund door andere medewerkers van de jachtwerf, in een paar weken alle klussen uit. Behalve de montage van de windvaan zijn dat o.a.:
- volledige revisie van het electrisch circuit en vervanging/vergroting van de accucapaciteit
- inbouw van de ICOM 718 HF-zend/ontvanger, met AT-140 antennetuner, Pactor modem PTC-IIusb, aardplaat en verbinding met het geïsoleerde achterstag
- aanleg van vak voor zeekaarten onder de vloer van de tafel in de kajuit
- aanleg van een voetpomp voor buitenwater/tankwater
- een parallel geschakeld brandstoffilter.

Begin april brengen Ans en ik een nieuwe laag anti-fouling op het onderwaterschip aan, nemen afscheid van Lowy en Fons (met wie het werken een feest was!) en varen Dulce naar onze flat in Andel. Daar poets ik de resterende weken heel wat af en zet de boel stevig in de was. En oefen met de nieuwe software voor SailMail en weerkaartontvangst met de nieuwe HF-transceiver. Vlak voor vertrek blijkt de antenne van de GPS kapot, maar hij valt nog in de garantieperiode. Fons komt speciaal naar Andel om de nieuwe antenne even gauw te installeren.
                                                              Terug naar boven

Zomer 2006: Bretagne, Spanje en Portugal (heenweg)

Zomer 2006: Spanje, ruime wind naar de Islas Cies
Zomer 2006: Spanje, ruime wind naar de Islas Cies

Dit jaar geen voorjaarstocht. We vertrekken samen met Ans´broer Cees vroeg dit jaar. Ik zal zelf ruim 3 maanden wegblijven, doel is de Atlantische kust van Spanje en Portugal. De eerste 2 weken, tot Pinksteren, zijn we samen. Dan gaat Ans weer terug en komen er twee opstappers aan boord die een dag of tien mee kunnen. We zien wel hoever we komen; La Coruña in Noordwest Spanje zou mooi zijn. Als zij naar huis gaan komt Ans weer om samen 4 weken vakantie te houden in de Spaanse Ria´s en langs de Portugese kust. Dan komt er een oud-collega van me over om samen de boot terug naar Holland te brengen. Hij heeft zeker 2 à 3 weken beschikbaar. De lange tocht beschouwen we als generale repetitie voor ons definitief vertrek in 2007 en om te bepalen:
- of alle nieuwe dingen werken
- of er nog zaken ontbreken aan boord, en
- of dit leven van zeezwervers echt wel iets voor ons is.
 
Van Andel naar Honfleur

Mijn laatste klussen als interimmer/adviseur zijn precies klaar als we op zaterdag 20 mei om 7.00 uur uit Andel vertrekken. Vanaf de balkons van De Oude Silo nagewuifd door onze 91-jarige buurvrouw, mevrouw Cornet en bovenbuurman Thijs (in z´n blote bast!) Het is namelijk nogal guur. De Wilhelminasluis bij Andel gaat na een oproep gelijk open. De Gorcumse verkeersbrug hebben we gisteren gevraagd om voor alle zekerheid pas om 8.30 te openen, een half uur na de vaste tijd. Heel vriendelijk, dat ze dat doen. We zijn er echter ruim op tijd. We passeren de spoorbrug van de Baanhoek (Sliedrecht) en de bruggen van Papendrecht en Dordrecht op de gisteren met Verkeerspost Dordrecht afgesproken tijdstippen en overnachten in Willemstad. Het weer is de volgende dag niet gerieflijk maar op de Oosterschelde zetten we zeil tot de Zandkreek, overnachten in Veere, blijven een dag en bezoeken onze oude vriendinnen van de Jachtclub Veere Juul en Nicky. Via Ostende belanden we twee dagen later in Duinkerken, het is beestenweer en we liggen drie dagen verwaaid. We zijn zelfs een dag eerder uitgevaren en teruggekeerd omdat het te bar was. Als de depressie voorbij is varen we naar Boulogne su Mer (foto hier). ´s Avonds eten we de voortreffelijke paella in ons favoriet restaurantje "Chez Alfred" op het hoekje van de de Place Danton (zie foto hier) .Een dag later lopen met opnieuw zwaar weer uit het zuidwesten Dieppe binnen. We slenteren twee dagen door de stad, die leuker blijkt dan we dachten. Achter de winkelstraten worden de buurtjes gerestaureerd en zijn er een aantal buitennissige winkeltjes en restaurantjes.
Als we zee kiezen staat er nog een harde zee buiten, meer dan ingeschat en ook meer wind. We zetten door en rollen de genua deels uit en spurten richting Le Havre. Daar is de wind sterk geluwd, voor de shipping lane zet ik voor de veiligheid de motor bij omdat er een groot containerschip nadert. Na 10 minuten valt het toerental sterk terug en heb ik geen motorpower meer, juist als we willen oversteken.  Toch niet opnieuw iets in de schroef? Het lijkt er wel op. Ik schakel snel naar neutraal en zet de motor uit, loef op en achter het volgende containerschip steken we op het zeil over. Er is niet veel wind maar de komende binnenloper is nog een eind weg. Wat te doen? Op het zeil binnenlopen in de drukke haven van Le Havre is hachelijk, hoewel de jachthaven direct na de havenhoofden aan bakboord ligt. Ik heb nog wel iets aan motorpower en besluit vooralsnog richting Seine-monding op het zeil verder te varen. Misschien kunnen we de sluis bij Honfleur halen. Kalmpjes zeilen we de rivier op maar met de toenemende eb varen we steeds langzamer. Als we niet meer dan een halve mijl per uur voortgang maken begin ik te overwegen buiten de vaargeul het anker uit te wepen of terug te varen en Le Havre aan te doen. Gelukkig krijgen we een mijl voor de sluis een sleep van een Hollandse Halberg Rassy, die ons achterop komt, de sluis in brengt en vervolgens naar Honfleur. Dankbaar schenken we de crew een mooie fles whiskey. De volgende dag haalt een duiker een knalgeel vissersnet uit de schroef (klik hier voor twee foto´s). Dat is in twee jaar al de derde keer! Weliswaar houd ik erg van vis maar ondertussen verwens ik de vissers, die niet alleen de zeeën leegvissen maar ook allerlei ongerief laten slingeren.
 
Van Honfleur naar Camaret

Twee dagen later vertrekken Ans en Cees met een huurauto naar Holland; ze moeten weer aan het werk. Met diezelfde auto arriveren drie dagen later mijn twee opstappers voor het volgende traject: Peter van der Lugt en Paul Oostinga. Peter (foto hier) is senior-adviseur bij Twijnstra Gudde. Ik ken hem al van eind jaren '80, toen hij nog medewerker van de Sectie Ziekenhuizen van de toenmalige NZr (Nationale Ziekenhuisraad) was. In later jaren was hij als onafhankelijk adviseur ingeschakeld bij de transmurale samenwerkings- en fusieprocessen in Gorcum. Paul (foto hier) is longarts en was, toen ik in Twente werkte, directeur/bestuurder van de "concurrerende" Ziekenhuisgroep Twente, de gefuseerde ziekenhuizen van Almelo en Hengelo. Ze hebben allebei zeilervaring. Peter stak al eerder noordwaarts Biscaje over en Paul was jaren de trotse bezitter van een mooie Victoire en overweegt nu opnieuw een schip aan te schaffen. Een voornemen, dat aan het eind van ons gezamenlijk traject vrijwel vast geworden is. Ik heb met ze afgesproken dat we geen haast hebben, ze hebben maximaal een dag of tien ter beschikking en we zien wel waar we komen.
Aldus keutelen we gezellig verder naar het westen, overnachten in Cherbourg en Sint Peter Port, we toeren een dag met een huurauto over Guernsey en steken met mooie ruime wind over naar Bretagne, een geschikt rak om mijn nieuwe Hydrovane windvaanstuurinrichting eens rustig uit te proberen. Het valt niet mee: mijn boot is nogal loefgierig en de Hydrovane slaagt er niet in dat te corrigeren. Na een uur geven we het op. De les is: de zeilen moeten nog veel beter getrimd worden, eigenlijk is mijn grootzeil te groot. Misschien gewoon een rif zetten? Met de zeiltrim heb je bij een electrische automaat veel minder te maken. "In feite beloont die slecht zeilen", merkt Peter op. Ik voel me wat gefrustreerd, maar gelukkig kom ik later op de tocht schepen van hetzelfde formaat tegen, die uitstekende ervaringen met de Hydrovane melden. Kwestie van ervaring opbouwen, kennelijk.
De aanloop van Treguier is lastig, pas laat zien we in de verte de kleine groene boei, die we persé aan stuurboord moeten houden om niet aan de grond te lopen. Ook daarna blijft het opletten, maar tenslotte wordt alle moeite rijkelijk beloond als we een prachtige, beboste rivier opvaren en na 10 mijl de stad Treguier met zijn torenspitsen in het avondlicht zien oprijzen. Er welt een mooi lied van Schubert in me op:
              Am fernen Horizonte
              Erscheint, wie ein Nebelbild,
              die Stadt mit ihren Türmen
              In Abenddämmrung gehüllt.

De rest van het lied is nogal droevig. Dat neemt niet weg dat we de rest van de middag gezellig op een Frans terrasje doorbrengen (foto hier) en er de laatste EK-uitslagen vernemen en ´s avonds prima dineren in de jachtclub. Ook de volgende avond, in L'aber Wrac'h, vinden we een uitstekend restaurant. De dag erop razen we met tij mee door het Chenal du Four, de zeeëngte tussen o.m. het eiland Ouessant en de kop van Bretagne. Halverwege de middag meren we af in Camaret sur Mer (foto hier) en drinken een verdiend glas op het terrasje van de Ierse pub aan de haven (foto hier). We beslissen dat Paul en Peter hier beter kunnen terugkeren, want de oversteek van Biscaje zou meer dagen kosten dan ze nog ter beschikking hebben. We vergelijken de verschillende reisopties, zoals vliegen of met het spoor, maar ook in hun geval blijkt een huurauto vanaf Brest de goedkoopste én de meest flexibele optie. 


(Niet zó) eenzaam in Camaret

In Camaret moet ik 2 weken wachten tot de aankomst van Ans. Hier 2 foto´s van de baai en de wegrottende visserschepen op de wal. Ik dood de tijd met veel lezen, een enkel klusje en babbels op de steiger met andere zeilers. Zo ontmoet ik o.m. Billy, een levenslustige britse solozeiler van maar liefst 81 jaar. Onder het genot van een ruim aantal glazen whiskey vertelt hij op een middag in de kleine kuip van zijn scheepje hoe hij vroeger als vrachtwagenchauffeur heen en weer reed tussen Rotterdam en het Midden-Oosten. Zeilen deed hij heel zijn leven samen met zijn vrouw, maar zij is 7 jaar geleden overleden. Verdriet maar ook veel mooie herinneringen, Billy zeilt alleen verder en vermaakt zich redelijk, zo te zien. Op een Rustler 36 uit Falmouth met de curieuze naam Wild Betony ontmoet ik vijf britse dames, onder leiding van een stevige en zeer charmante zeilinstructrice genaamd Kim Cox, die me een paar keer uitnodigen mee te eten. Ze weten zelf ook niet wat een "betony" is.
(Later levert Google op dat het een paars plantje is, waar je thee van kunt zetten die helpt tegen hoofdpijn)

Maar ik maak ook lange, eenzame voettochten over de kliffen, kapen en stranden van het prachtige schiereiland Crozon. Met een snelle ferry (24 knopen!) maak ik een tocht naar het eiland Ouessant (Ushant in het Engels, Westzand in het Nederlands) Dit waren gevaarlijke kusten, vroeger. Nog wel, denk ik, bij slecht weer en slecht zicht. Hier 2 foto´s van Ouessant.
Aan het eind van deze periode ligt er een Nederlandse Béneteau Oceanis 400 achter me, die de intrigerende naam Passie draagt. Zo leer ik Eric Jager en Caroline Schraag met zoon Max en hond Hunter kennen. Ze zijn op weg naar de Middellandse Zee.

Ondanks alle gezelligheid ben ik blij als Ans eindelijk arriveert. Ze komt met onze eigen auto en wordt vergezeld door Bart de Bruijn, een collega van Ans uit het ziekenhuis, en zijn vrouw Petra. Zij zullen samen na een paar gezellige dagen aan boord met onze auto weer terugrijden. Met zijn allen en de crew van Passie kijken we in de Ierse Pub in Camaret naar de ellendige WK-wedstrijd Portugal-Nelderland. Maar...we hebben natuurlijk ook nauwgezet de weersontwikkeling gevolgd en die is gunstig: de komende dagen is het uitermate rustig in de golf van Biscaje. We besluiten samen met Passie rechtsstreeks over te steken naar La Coruña.  

Van Camaret naar La Coruña

Op dinsdag 26 juni is het alweer een stralend zonnige dag. We verlaten Camaret rond 14.00 uur, hijsen de zeilen en varen de Avant Goulet de Brest uit, ronden de rotsige kapen van het schiereiland Crozon en met name de imponerende Pointe de Pen-Hir. Na een goede anderhalf uur spoelen we met tij mee en afnemende wind de Raz du Sein door (foto hier), tussen de indrukwekkende vuurtorens Tevennec, La Vieille, La Plate en Le Chat door en dan zijn we in de Golf.

In de loop van de avond valt de wind helemaal weg en is het motoren geblazen. Elk uur roepen we Passie even op, maar over en weer is er niets te melden. Zo tuffen we de eerste, heldere nacht in. Machtig welft het lichtend spoor van de Melkweg zich over de schitterende nachthemel. Het is ieder keer weer verbazend hoeveel méér je daarvan ziet, als je eenmaal weg bent van de kunstlichtverstrooiing boven land. De zee is een bijna volkomen spiegel van al die lichtpracht. Omdat het de eerste nacht voor Ans is, laat ik haar slapen.
De tweede dag breekt stralend aan, maar de wind blijft uitermate zwak en ruimt geleidelijk - zonder ook maar iets toe te nemen - van NW naar NO. Om 11 uur hebben we opeens een tiental dolfijnen om ons heen, die uitgelaten elkaar van de boeg verdringen en wel een halfuur blijven (2 foto´s hier) Ook Passie vereren ze met een bezoek.
We motoren de hele dag, lezen, gapen, zetten een parasol op tegen de zon, sukkelen om de beurt in slaap en Ans gaat een damesklusje doen: het scheren van haar benen (foto hier) We hadden een behoorlijk ruigere voorstelling van Biscaje. Maar...beter zo dan het andere uiterste!
In de loop van een amechtige middag zijn er opeens weer dolfijnen, maar nu zijn het er wel honderden! Aan alle kanten zien we ze buitelen en springen. Tussen ons en Passie, die zo´n tweehonderd meter stuurboord vaart, zijn er ook alleen maar dolfijnen. De zee kolkt ervan en nu horen we ook duidelijk snuivende geluiden. In de gids (Whales, Dolphins and Porpoises van Mark Cawardine, London, 2000) vind ik dat het om de z.g. Common Dolphin gaat, duidelijk herkenbaar aan de gele vlek en de´horlogeglas´figuur aan de zijkanten, een soort waarvan er (gelukkig) nog miljoenen in de wereldzeeën leven. Heel apart is de indruk dat ze je proberen aan te kijken, als je je ver over de bootrand buigt lijken ze dichterbij te komen en zich zo te draaien, dat een van hun ogen je kan bekijken.
Het duurt lang voordat het donker wordt, we drinken een paar glazen wijn en tuffen de nacht in met een schema van 3 uur wacht en 3 uur rust. De volgende dag is een herhaling van de vorige. Met Passie maken we een berekening: als we zo rustig voortmotoren dan kunnen we rond middernacht in La Coruña zijn, de aanloop lijkt niet erg moeilijk. En...het is toch wel lekker om vannacht gewoon naar bed te kunnen! Zo gezegd, zo gedaan. We motoren verder over de volledig blakke, spiegelgladde zee (2 foto´s hier) In de loop van de middag zien we land, maar het is inderdaad al helemaal donker als we de Ría da Coruña binnen lopen. Ondanks het late uur is er meer scheepvaart dan verwacht, achter een groot zeeschip glippen we naar binnen en vinden na enig gezoek de Dársena Deportiva waar een gedienstige, doch zwaarbeschonken official, zijn gulp open, ons een box wijst. Tegenover ons legt Passie aan; de crew tracteert ons op champagne (foto hierBiscaje is "bedwongen" (maar het ging wel erg gemakkelijk)!


De Spaanse Ría´s

De volgende dagen verkennen we deze mooie stad, toeren in het trammetje langs de kust (foto hier), bezoeken o.m. het kasteel van San Antón en het Museum voor Schone Kunsten, slenteren over straatjes en pleintjes (foto hier), eten heerlijk op straat (foto hier en hier), enz. Als we verder varen naar het ZW ontmoeten we onderweg Passie weer, die de Ría de Corme e Lage komen uitvaren. Samen varen we langs een ruige, rotsige kust, bij slecht weer vol gevaren (vandaar de naam Costa da Morte), ronden de imposante Cabo Vilán en bezoeken het knusse Camariñas in de volgende Ría (2 foto´s hier) We eten er verse, zelf gevangen makrelen bij Erik en Caroline. De volgende dag heeft Erik voor mij een paravaantje gemaakt, zodat ik ook op makreel kan vissen maar de volgende dag moet ik beschaamd erkennen dat ik hem alweer verspeeld heb. De lijn brak, kennelijk te snel gevaren. Erik is zo goed om, weken later als we in Portugal afscheid nemen, me er nog eentje te geven. In Camariñas ontmoeten we de 81-jarige solozeiler Billy weer, die we in Camaret leerden kennen. Hij drinkt een borrel bij ons in de kuip (2 foto´s hier)

Na een paar dagen varen we naar de beruchte Kaap Finisterre, de bovenste helft is in wolken gehuld als we passeren (foto hier) Maar dan springen we een meter in de lucht van schrik, als we plotseling een enorme loei horen. We kijken rond, hebben we een naderend schip gemist? Er is niets te zien en al gauw realiseren we dat het Fisterra zélf was. In de middag zeilen we met een lekker ruim windje de Ría de Muros e Noia binnen en leggen aan in het goed geoutilleerde haventje van Portosín, waar we Passie weer ontmoeten. Die avond serveren we de crew een maaltijd bij ons aan boord (foto hier)

De volgende dag vertrekt Passie wij blijven nog een dag en zeilen dan naar de Ría de Arousa. De ingang wordt versperd door een groot rotseiland, Isla Sálvora, een reservaat waar je niet mag komen. Na de ronding ervan hebben we ruime wind de Ría in (foto hier) Bijna helemaal achterin vinden we de grote marina van de stad Villagarcía. De haven (foto hier) ligt vol met motorboten, er is alleen nog plek op een kopsteiger tegenover de haveningang. We liggen daar erg onrustig op de binnenlopende deining. Gelukkig is de stad erg schilderachtig en gezellig, we vinden er uitstekende kroegjes en restaurantjes (foto hier) en zien in één ervan de finale van de WK-voetbal.

Twee dagen later zeilen we de Ría de Pontevedra in. Ook hier ligt voor de ingang een eiland, Isla de Ons, maar hier is een betonde doorvaart tussen het eiland en het vasteland. We passeren Portonovo, volgens onze pilot (de Reeds) een vissershaven en leggen aan in de superdeluxe marina van het toeristenplaatsje Sangenjo. Het is er inderdaad vergeven van de toeristen, hoewel niet ongezellig, maar de haven is peperduur en de disco´s maken herrie tot de dag aanbreekt (foto hier) Verbaasd observeren we het gedrag van de bezitters van de vele strijkijzervormige motorboten: eerst wassen ze de boot en spoelen na met ruim water, dan varen ze een uurtje, leggen weer aan en wassen en spoelen opnieuw uitbundig. Daarna gaan ze naar huis.
Het is trouwens ontzettend warm in deze dagen, ik meet 35° in de schaduw. Onder een geimproviseerd zonnezeiltje liggen we amechtig op de kuipbanken, als we aangeroepen worden. Aan de overkant staan Eric en Caroline. Ze zijn komen lopen en liggen in dat nabije vissersplaatsje Portonovo, waar we op gezag van de Reeds voorbijvoeren en waar men inmiddels een aantal jachtensteigers heeft aangelegd. Het blijkt er veel minder druk, veel minder duur en veel authentieker dan hier.

Islas Cíes

Met een mooie bakstagwind (foto hier) zeilen we samen met Passie de Ría de Pontevedra uit en zeilen door een zeestraat (foto hier) naar de fameuze Islas Cíes, eilandjes die ook weer een Ria afschermen, ditmaal de Ría de Vigo. We zullen samen ankeren (ieder een eigen anker) en dat vind ik wel prettig, want ankerervaring hebben we niet. Vanwege de forse N-wind kiezen we de bescheiden luwte achter Punta Muxeiro aan de oostkant, waar de pier voor de toeristen-ferry is. Erik helpt het anker uit te gooien en bij de tweede keer houdt het (foto hier)
Het is hier beeldschoon. Vóór ons een prachtig, wit zandstrand, daarachter een dicht beboste helling. Alleen geen "wuivende palmen", zoals Judith Reiff abusievelijk schrijft in haar overigens erg leuke boek "14 maanden zomer" (Alkmaar, 2005) ´s Avonds leggen we de dinghy bij de pier. Boven is een restaurant, er zitten wat mannen aan de bar. Eén van hen begint te schelden als Ans keurig een vuilniszak in een container stopt. Hier gaan we dus niet eten. Een heel stuk verderop is nog een restaurant, bij een camping. In mijn beste Spaans vraag ik tot hoe laat we terecht kunnen. "Tot half tien" maak ik op. Dat is nog maar een kwartier! Ik jut Ans, Erik en Caroline op eten te gaan halen, terwijl ik zie hoe men in de keuken de balie opent en allerlei schotels begint neer te zetten. Snel halen we wat er geboden wordt en vallen aan, tot duidelijk wordt dat ik het verkeerd begrepen heb: het restaurant zou pas om half tien open gaan! (foto hier)
In de avondschemering zien we onze scheepjes vredig op het roerloze water liggen (foto hier) Terug voert een pad onder de bomen ons naar een ruwe, stenen dam, die de twee noordelijke eilandjes met elkaar verbindt. Aan de overkant volgen we in de toenemende duisternis een donker bospad naar de pier, waar de dinghy ligt.
In de warme, roerloze nacht zit ik nog lang buiten. Aan de overkant pinkelen de lichten van het vasteland. Tegen 2 uur hoor ik de motorgeluiden van verschillende bootjes, die een eind verder bij elkaar gaan liggen en het één en ander lijken over te laden. Het ziet er heimelijk en luguber uit en ik houd me gedeisd onder de buiskap. Na een tijdje vertrekken ze even steels als ze kwamen. Om half 4 nadert er weer een motorboot, het is de douane. Ze vragen me mezelf te identificeren en ik vertel ze wat ik gezien heb. Ze lijken er nota van te nemen en varen snel weg. Drugssmokkel?

Een eind voorbij de pier staat hoog boven het strand op de rotsen een enorme sokkel. Ik vaar er de volgende ochtend met de dinghy heen en klauter omhoog. Nestelende meeuwen vallen naar me uit en proberen me te verjagen. Boven vermeldt een plaquette dat op de sokkel een groot beeld stond van dictator Franco, begin jaren ´60 opgericht door een aantal notabelen om de westelijke flank van zijn rijk te overzien. Maar de sokkel is leeg, iemand heeft er met de hand Nunca mas!! (Nooit meer!) op geschilderd.
Die ochtend maak ik een lange wandeling naar de zuidpunt, waar ook een paar scheepjes voor anker liggen. Onderweg passeer ik een kloostergebouwtje, waar een museum in gevestigd is. Het blijkt dat een gemeenschapje van monniken eeuwenlang vergeefs gepoogd heeft zich hier te handhaven tegen de voortdurende invallen van de vikingen.
In de middag varen we met enige tegenzin verder en overnachten in Baiona, een stad die overigens een langer verblijf waard zou zijn geweest. Maar helaas, onze tijd is beperkt (volgend jaar is dat anders!) De volgende dag ronden we voorzichtig de rotspartijen voor Cabo Silleiro en verlaten het gebied van de Ria´s. Voor de wind varen we op de Portugese Noordpassaat zo´n 20 mijl langs een hoge rotskust naar de monding van de Miño, de grensrivier tussen Spanje en Portugal. Onderweg veroorzaak ik door een stommiteit een klapgijp, waardoor Ans (die de zaak probeert te houden) met haar heup pijnlijk tegen het luikje boven de kombuis valt. Het luikje scheurt los en slaat overboord. Ans huilt van pijn en schrik en ik foeter op mezelf.  Terug naar boven

Zomer 2006: Portugal en de weg terug

Zomer 2006: zonsondergang in L´aber Wrac´h
Zomer 2006: zonsondergang in L´aber Wrac´h

Voor de wind denderen we de monding van de Miño voorbij. De Miño is te ondiep om in te varen. We zeilen als een Zeeuws meisje, zoals ze dat op de Passie noemen: grootzeil aan lij, genua aan loef. Voor de wind zeilend, merk je niet zo gauw dat het harder gaat waaien. En dat is ook nu het geval, er staat in de loop van de middag een vette Bf 6.
Voor de Portugese kust stikt het van de vissersnetten. Ingespannen turen we vooruit naar kleine boeitjes met een vlaggetje, om ze tijdig te ontwijken. Toch voel ik hoe opeens onze snelheid terugloopt tot nauwelijks 2 knopen. "We zitten in een net, geloof ik", zeg ik tegen Ans. Aan weerszijden van de boot is echter niets te zien, tot er aan bakboord plots een vuile, ronde boei boven water plopt, zonder vlaggetje en helemaal vol aangroei. Even denk ik: het lijkt wel een mensenhoofd. Tegelijk neemt onze snelheid weer toe, het boeitje deint weg en we varen weer ruim 6 knopen. Een vissersnet overvaren, dus, dat achter de kiel bleef steken. We hebben geluk dat het vervolgens niet achter het roer bleef hangen!


Viana do Castelo

In de loop van de middag naderen we de eerste Portugese haven, Viana do Castelo. We loeven op en merken pas dan hoe hard het waait. Daardoor scheuren we om het havenhoofd en varen aan de wind naar de haven, draaien de genua in, starten de motor en laten het grootzeil vallen als we in de luwte van een aantal gebouwen zijn. We motoren de rivier Lima op tot bij een spoorbrug. Vlak daarvoor is aan bakboord het haventje met voornamelijk motorbootjes. Aan de eerste steiger vinden we een plaats op de kop, maar later moeten we verkassen, want de havenmeester vertelt dat het daar te ondiep is.

In Viana hebben we een goede tijd, we blijven vijf dagen, want we hebben geen zin verder te gaan. We moeten immers ook weer terug! Het haventje ligt direct tegen het oude stadscentrum aan, in het park langs de kade is een boeken-manifestatie met stalletjes en iedere avond een concert. Ik voel me thuis in Portugal, niet in de laatste plaats omdat ik nog wat Portugees spreek uit mijn tijd als tropendokter in Angola. Het is ontzettend heet overigens, iedere dag ruim 35°. Maar Viana is gezellig, helemaal als ook Passie ariveert. Maar die gaan een dag later alweer verder naar het zuiden. Iedere avond eten we ergens in de kleine straatjes. We huren een dag een auto en bezoeken de Serra do Jerez, een nostalgisch kuuroord hoog in bergen tegen de Spaanse grens. Ondertussen verplaats ik één van de luikjes onder de buiskap naar de open plaats boven het aanrecht. Op een avond krijg ik op de HF-transmitter contact met zeilvriend Pieter de Kort van de Matjas. Hij is slecht te verstaan. Esther en hij blijken in Saint Malo te liggen, na een zeilreis langs de Engelse zuidkust. Helaas moeten ze alweer terug, zodat er geen kans elkaar in de komende periode ergens te ontmoeten.


Terug in Camariñas, wachten op Freek

Heerlijke dagen, maar ze vliegen voorbij en we moeten terug. Af en toe heb ik spijt de boot niet achter te kunnen laten, zoals Erik en Caroline hun schip in Barcelona achter willen laten. Nu moeten we weer het hele stuk terug! Het is echter niet anders, volgend jaar komen we weer terug. Op de heenweg hadden we in La Coruña al vliegtickets voor Ans gekocht, voor vluchten van Santiago de Compostella naar Madrid en vanaf daar naar Schiphol. In twee dagen varen we van Viana terug naar Camariñas, het knusse haventje op de noordwestpunt van Galicia, waar ik veertien dagen op de komst van opstapper Freek Linnebank zal wachten. Een taxi brengt ons naar het vliegveld. Rond half een ´s nachts belt Ans dat ze in Holland is gearriveerd. Ze wordt van Schiphol gehaald door haar jongste dochter Tessa.

De dagen in Camariñas besteed ik aan lange fiets- en voettochten langs de ruige Costa da Morte. Dagelijks, aan het einde van de middag, fiets ik naar het plaatselijk Internet-café voor het uitdraaien van de weerkaartjes. Een paar dagen staat er een erg harde zuidenwind. Op de steiger is het gezellig. Samen met havenmeester Ramón neem ik lijntjes aan van arriverende scheepjes en gooi ze weer los als ze vertrekken. Zo ontmoet ik Peter en Ingrid Lehr met hun Hallberg Rassy 352 Seawind, op weg naar de Algarve en het echtpaar Finke met een prachtige Van de Stadt 47. De laatsten varen al 6 jaar rond in de Middellandse Zee en aangrenzende gebieden. Nu willen ze richting Zwarte Zee. Ze geven me waardevolle adviezen voor volgend jaar, als wij ergens in de Mediterranian willen overwinteren.


Oversteek van de Golf van Biscaje

Maandag 31 juli arriveert Freek aan het eind van de middag met de bus uit Santiago de Compostella, waar hij heen vloog uit Münster. Hij was mijn voorganger als lid van de Raad van Bestuur van Medisch Spectrum Twente en werkt nu voor zichzelf als interim-manager en consultant. Tijdens een receptie ergens bood hij zich aan als opstapper, mocht ik er ooit één nodig hebben. Freek zeilt al jaren, maar alleen op de binnenwateren. Het is dus spannend, bovendien kennen we elkaar slechts oppervlakkig. En...ik reken er op dat we allebei tamelijk eigenwijs kunnen zijn. Maar eerst gaan we lekker eten in het stadje. Met plezier proeft hij een schotel met Navajas, het favoriete schaaldier van Ans en mij, dat in een langwerpige, mesvormige schelp zit (die je overigens bij ons ook vaak - leeg - aan de stranden vindt, maar nooit op tafel, hoe komt dat?) We bespreken de weersituatie, ik heb de laatste kaartjes bij me. Het ziet er de komende dagen rustig uit, men verwacht de komende drie dagen Bf 3 - 4 uit NW. Prima dus, als we eenmaal de noordwestpunt van Spanje om zijn.

De volgende dag doen we boodschappen en gooien los, hijsen het grootzeil en varen de Ria uit, de motor bij want de weinige wind hebben we tegen. Bijna 400 mijl te gaan. We passeren Cabo Vilano en varen nog urenlang langs de Costa da Morte. We verdelen de wachten, er is een aangenaam zonnetje en we lezen tot diep in de avond. 's Nachts is er geen schip te zien. Tegen 3 uur begint de wind te krimpen naar WZW en neemt tegen zessen toe tot Bf 4, de genua kan erbij en de motor uit. Het is bewolkt geraakt, het regent en de wind neemt verder toe. In de loop van de ochtend hebben we Bf 6, het scheepje snelt voort, we klokken uur na uur ruim 8, soms meer dan 9 knopen. De wind nestelt zich in het westen. De zee is leeg en begint behoorlijk op te bouwen, het is niet erg comfortabel meer. Dolfijnen, zo uitbundig aanwezig op de heenreis, zien we nergens.  Tegen de avond breekt de zon stralend door. Nog ongeveer 160 mijl naar Raz de Sein. De barometer zakt al vanaf de middag. De Navtex meldt dat we een trog over ons hebben, die van Bretagne naar NW Spanje loopt en slechts langzaam naar ZO beweegt. Een trog levert veel regen en wind, daar zijn we klaar mee!
De opklaring duurt kort en de regen striemt al gauw weer het schip, de wind zakt helaas terug naar NW 4. Ik wil echter graag opschieten en zet de motor bij. Freek fronst, dit gaat in tegen zijn zeilersnatuur, geloof ik. Ik leg uit dat we morgenavond in Camaret kunnen zijn als we tempo maken. En ik vertrouw die traag bewegende trog niet helemaal. 's Nachts ruimt de wind naar N, kracht 5 en gaat zelfs bijna tegen staan. Ik pieker: natuurlijk kan ik afvallen maar dan komen we veel zuidelijker aan de kust terecht en verliezen daarmee dagen. Ik heb nou wel zin om naar huis te gaan...
In de ochtend overweeg ik een tijdlang om Concarneau aan te lopen, dan kost het misschien maar een dag. Een andere optie is een slag over bakboord om vervolgens west langs Ile de Sein te gaan en rechtsstreeks naar het schiereiland Crozon te varen. Ik bestudeer de tijtafels: als we deze koers en snelheid houden, dan hebben we in Raz de Sein en daarna tot bij Crozon volop tij mee. Dat geeft de doorslag. Tegen de avond klaart het weer op, om 20 uur zien we land en twee uur later spoelen we nog bij daglicht door het Raz. Na de Pointe de Pen-Hir is het nog even puzzelen waar de rotsen precies liggen, maar even na enen lopen we een overvol Camaret binnen, plakken de boot zachtjes tegen een grote Amel Super Maramu aan, trekken een fles wijn open en klinken op een supersnelle overtocht.


Van Camaret naar Andel

Na twee rustdagen, waarin Freek zich als een kundige en fantasievolle kok ontpopt, varen we door het Chenal du Four naar L'aber Wrach. In dagtochten doen we vervolgens Tréguier, St. Peter Port, Cherbourg, Honfleur (foto hier) en Dieppe (foto hier) aan. Freek blijkt een heel plezierige opstapper te zijn, een prima deckhand, gezellig, maar ook vaak aangenaam rustig. In Dieppe blijven we vanwege rotweer twee dagen verwaaid liggen. Het is er wel peperduur in het hoogseizoen!
De derde dag varen we met een handvol andere schepen in een harde westenwind naar Boulogne sur Mer. Onderweg moeten we zelfs een rif steken. 's Nachts vertrekken we om half vier met de kentering, spoelen langs Cap Gris Nez en langs de Franse noordkust en krijgen pas bij Nieuwpoort weer tij tegen. Er is echter tijd genoeg om in Zeebrugge de tank nog even vol te gooien met goedkope rode diesel. We komen bij de zeesluis van Vlissingen aan, tegelijk met een schip van Greenpeace (foto hier) Via het Kanaal door Walcheren leggen we voor een maaltijd en een overnachting aan in Veere. De dag erop passeren we alsof er niets achter ons ligt, de Krammersluis (foto hier) Daarna meren we af in Willemstad, waar Ans aan boord komt en weer een dag later leggen we Dulce aan onder onze flat in Andel (foto hier) We hebben er precies 15 dagen over gedaan, waarvan vier dagen rust of verwaaid. Een snelle terugtocht! En daar had ik nou zo tegenop gezien!
                                                              Terug naar boven

Lees verder in het Logboek Vooraf 2006

Medio augustus 2006 kwamen Freek en ik met de Dulce in Andel terug. De proeftocht van drie maanden naar Spanje en Portugal was een succes. Vanaf september 2006 begint het verhaal van de voorbereidingen voor ons definitief vertrek in de zomer van 2007. Lees verder in het Logboek vooraf 2006.