www.sailing-dulce.nl

Logboek 2016/3 Verder door Nederland

Gorinchem (21)

Gorinchem (21)

Zondag 14-08-2016

Aanvankelijk is het bewolkt, maar laten zijn er lange periodes met zon. Het bekende beeld van toeristen die over de sluis drentelen en zich over het hek buigen om naar de jachten te kijken die voortdurend de sluis door geschut worden. We zijn lui, het is zondag en ik lees de biografie die de neerlandicus Nico Teuning over de dichter Jan Arends schreef, 'Angst voor de winter' (Lebowski, 2e herziene druk 2014). In een aantal opzichten was Arends net zo'n schlemiel en loser als de vroeggestorven Max de Jong, over wie Keuning ook een biografie schreef. Arends, die vaak in psychiatrische inrichtingen zat, werd overigens ook maar 49. Toen sprong hij uit het raam van zijn kamer in Amsterdam.

Arends was graag butler in huishoudens van gefortuneerde dames. Die vond hij door advertenties te plaatsen. Uit de reacties koos hij zijn favoriete type vrouw: groot, liefst tussen de 30 en 40, met mooie, dikke benen, bazige vrouwen die hem vernederden. Daar genoot hij van. "Zoals een ander homoseksueel is, ben ik huisknecht', zei hij zelf. 'Als ik bij zo'n wijf kom - het zijn altijd wijven, nooit vrouwen, dat vergroot de haat die ik voor hen voel - beleef ik daar mijn plezier aan 's avonds in bed.' Op zijn eentje, wel te verstaan.

Arends was ondermeer drie jaar opgenomen in het Willem Arntsz Huis in Utrecht. Hij werd een jaar voor ik daar zelf als afdelingsarts ging werken, ontslagen. (Zie deel 3 van mijn romancyclus). Arends zat in het gedeelte dat we destijds 'de oudbouw' noemden, een onoverzichtelijke doolhof van hoge ziekenzalen en eindeloze gangen aan de Lange Nieuwstraat en de Agnietenstraat. Hij had er een eigen kamertje om in te schrijven, in de buurt van de beruchte 'Zaal 2', waar de ergste gevallen waren opgesloten. Opvallend genoeg was Arends erg tevreden over de inrichting. 'Daar hebben ze me aardig uit de puree geholpen.' Hij had 'een geweldige dokter', die in de biografie niet met naam genoemd wordt. Volgens mij was het de psychiater Anton Amir, die niet lang daarna overstapte naar de Utrechtse GGD.

In het Willem Arntsz Huis schreef Arends zijn verhalenbundel "Keefman', gepubliceerd in 1972, waarmee hij grote bekendheid kreeg. De titel blijkt het gevolg van een typefout; eerst was het 'Leefman', maar toen Arends een per abuis een 'K' typte, beviel de naam hem beter. Grappig is dat biograaf Teuning voor zijn boek ook een hoofdverpleegkundige uit die tijd interviewde, die ik goed gekend heb. Dat was Hans Grimmelikhuijse, een verpleger van oude stempel die in de oudbouw een krachtig bewind voerde en die ik destijds als tegenstander ervoer. Later, toen hij na zijn pensioen als suppoost in het Utrechts Muziekcentrum werkte, ontmoette ik hem jaarlijks tijdens de Nacht van de Poëzie en hadden we lange gesprekken waarin we nader tot elkaar kwamen. Op die Nacht kom ik allang niet meer en ik vermoed dat hij niet meer leeft.

Van de 'magere' gedichten van Arends was ik nooit erg gecharmeerd. Eigenlijk waren het in stukjes gehakte volzinnen. Toch zitten er fragmenten bij die je treffen in al hun hun bondigheid:

 

Ik

ben een dichter

omdat ik

hardop schrijf.

 

(ongepubliceerd; uit de biografie van Nico Keuning) 

 

Ondanks de zonnige zomerdag blijven we vandaag binnen, lezend en rommelend in huis. Er is weinig nieuws, behalve dat leden van haar kabinet laten doorschemeren dat de nieuwe Britse premier Theresa May de BREXIT graag wil uitstellen tot eind 2019. Dat verbaast me niet. De Britten schrikken terug in de wetenschap dat ze niet zonder de Europese Unie kunnen. Terug naar boven