www.sailing-dulce.nl

Logboek 2020/1 Naar Antarctica

Bark Europa, Heroína eiland, Danger archipel

Midden in de bruinrode pinguïnpoep (guano) op Heroïna eiland. Achter me een nóg zuidelijker zee met open water.
Midden in de bruinrode pinguïnpoep (guano) op Heroïna eiland. Achter me een nóg zuidelijker zee met open water.

Maandag 02-03-2020

Gisteren laat de schipper aan het eind van de middag de boot uitdrijven. Er is geen wind meer en de vermoeiende wachten worden opgeheven. Iedereen is blij. Op zich zijn die wachten niet zwaar, maar wel de onregelmatigheid van slapen. Doorgaans moet je na acht uur alweer in touw en dat is inclusief de tijd voor eten, wassen en aankleden. Het is toch wel te doen.

     Buiten is het ijzig koud. We drijven door een uitgestrekt veld van stilliggende ijsbergen (foto hier). Er komt geen einde aan en ze hebben vaak de vreemdste vormen. Zo kwam er een witte kameel voorbij met twee blauwe bulten. ’s Avonds is er zon en dus een zonsondergang. Een mooie zonsondergang. In de lounge wordt een documentaire gedraaid over het bizarre verhaal van de Zweedse ontdekkingsreiziger Norderskjöld in het begin van de vorige eeuw. Het is zeker zo bijzonder als het alom bekende verhaal van de ontberingen van de Ier Shackleton. Verderop zullen we meer plaatsen uit Norderskjölds epos bezoeken, zoals Paulet eiland en Snowhill eiland. Dat laatste is de meest zuidelijke plek waar we zullen landen. Normaliter is het eiland ook in de zuideli;jke zomer door ijs omringd en kun je het niet bereiken, maar nu lijken er ruimte en stukken open water te zijn. Er staat een hut die Norderskjöld in 1902 bouwde om te overwinteren toen zijn expeditie uit elkaar viel. Kapitein Erik is er zelf ook nog nooit geweest. Kijk, dat vind ik leuk te merken hoeveel zin de crew zelf heeft in het avontuur.

     Na het diner luisteren we in het dekhuis naar het dagelijkse praatje van de kapitein. Daarvoor hangt hij steeds een kaart op van het gebied waar we zijn. Vannacht blijven we drijven in de luwte van Heroína eiland, een van de Danger eilanden. Ik kan niet helpen dat dit eiland zo heet, maar het is namelijk naar de naam van een expeditieschip genoemd. De bemanning waakt en soms zullen we ’s nachts horen dat de motoren aangaan; dan komen we te dicht bij een ijsberg. In het dekhuis volgt een vrolijke borrel. Een groot deel van de club blijft hangen. Ze doen een ondefinieerbaar kaartspel. Voor ik mijn kooi in duik kijk ik nog even op het dek. Vol verbazing zie ik aan de heldere hemel het bekende sterrenbeeld van de mythische jager Orion in het noordoosten. Er is iets vreemds mee, niet dat de reuzenster Betelgeuze is ontploft als supernova, daarover wordt de laatste tijd veel gespeculeerd, maar de riem van Orion wijst de verkeerde kant op. Het duurt even voor het kwartje valt: ik zie het sterrenbeeld als tegenvoeter van bij ons thuis, dus vanaf het zuidelijk halfrond. Voor mij staat hij dus op zijn kop. Ook het Zuiderkruis is te zien, maar helaas niet de Melkweg. Die zal nog wel onder de horizon zitten. Ach, wat een schoonheid! De kou drijft me al gauw naar binnen.

 

Heerlijk geslapen, vanmorgen ontwaak ik uit mezelf om half zeven. Het weer is nog steeds uiterst kalm. Na het ontbijt gaat het dus gebeuren: we gaan aan land in Antarctica. Nog niet op het vasteland maar op het eiland Heroína. Ik kan niet helpen dat het zo heet. Het schip drijft nog steeds in de luwte van het bruingele, stenige eiland. Er ligt sneeuw op de heuvels en het sneeuwt nu ook: ijsnaaldjes. Ten oosten ligt een kleiner eiland en de zee is overal bezaaid met ijs, grote en kleine tafelijsbergen, growlers en schotsen.

     Na het ontbijt hijs ik me in pak en zwemvest, stap in een van de bakken met ontsmettingsmiddel en neem plaats in een van zodiacs. We varen weg tussen twee grillige growlers door (foto hier). Het water is niet erg helder en opeens steekt een grote rob – een zeeluipaard, zeggen ze – een besnorde kop boven het water. Hij kijkt zeer verbaasd schudt meewarig de kop en duikt onder. We varen een baai in met een glooiende helling vanaf het water. Daar kunnen we landen door een haag van ijsschotsen. Ik heb voor het eerst de lange laarzen aan. De eerste verrassing is dat er overal karkassen op de bodem liggen, vooral van pinguins. Ze zijn allemaal aangevreten door de vele aasetende vogels, kleine witte kipjes (Sheethbills geheten, bij ons heten ze zuidpoolkippen of sneeuwhoenders) en de grotere, donkere skua’s. De beesten tonen geen enkele schuwheid of angst voor de vreemde indringers. Toch zijn al die fragiele geraamtes mooi (2 foto's hier), maar dat is typisch een uitspraak van iemand die er geen last van heeft. Een kwart van de omhoogvoerende helling is besneeuwd, de rest is bedekt met een vies stinkende, bruinrode brij van guano. Pinguinpoep. Werd daar vroeger niet mest van gemaakt voor de landbouw? Wat moeten die beesten een hoop gescheten hebben. In de dreklaag staan ontelbare afdrukken van pootjes. Het is duidelijk: hier stonden niet lang geleden tienduizenden pinguins in de rui te wachten tot hun verenpak voldoende dik was. Het waren Adéliepinguins, een kleine soort die hier thuis is. Er zijn nog kleine groepjes achtergebleven, enkele tientallen. Aandoenlijk staan ze roerloos en eenzaam rechtop tussen de rotsen (foto hier). Soms hobbelen ze wat verderop, het is iets tussen dribbelen en waggelen in en wat hen tot de verplaatsing drijft weet ik niet. Het is hier een kaal, desolaat landschap waar niets groeit. In een inham tussen de rotswanden ligt languit een slaperige luipaardrob, die totaal geen aandacht voor ons heeft (foto hier).

     We lopen de lange drabhelling op. Dat moet wat zijn, maand in maand uit in je eigen stront te staan met duizenden anderen. Alles zit onder de bruinrode pap. Je moet hier niet struikelen en vallen, dan zit je eronder. Bovenaan zien we kunnen we de zee aan de zuidkant zien: een eenzaamheid van grijze zee vol ijsbergen na een steile, stenige helling omlaag. Maar wél open water! Iemand maakt een foto van me (hierboven). Op een andere plek zien we beneden een ijsschots drijven met ook al weer een slapende luipaardrob erop. Aaseters scharrelen om hem heen.

     Een aantal mensen klimt over glibberige paadjes naar de top van de heuvelrug, maar ik heb er geen zin in. Het is spekglad van de poep en zie, daar heb je het al: iemand valt er languit in en luxeert zijn pink.

     Om half twaalf brengen de zodiacs ons terug aan boord. Op het main deck staan bakken water gereed met borstels, waarmee we onze laarzen en broekspijpen schoon poetsen. Ook stappen we weer in de bakken ontsmettingsmiddel. Op het middaguur gaan de motoren aan en verlaten we Heroína. We zullen verder naar het zuiden de Weddellzee invaren, door de Danger archipel heen en langs de eilanden Beagle, Plato en Darwin. Terug naar boven