www.sailing-dulce.nl

Logboek 2019/3 Zomer in Noord-Nederland

Groningen (13.1)

Wind tegen tijstroom op de Ems rivier. We passeren een zeeschip voor de Volkswagenfabriek, dat een eindeloze stroom nieuwe auto
Wind tegen tijstroom op de Ems rivier. We passeren een zeeschip voor de Volkswagenfabriek, dat een eindeloze stroom nieuwe auto's inlaadt.

Donderdag 08-08-2019

Gisteren, aan het eind van de middag, bespreken we de weerprognoses. Voor de komende week ziet het er niet goed uit: veel buien en veel wind, mogelijk zelfs de eerste zomerstorm. We vinden het niet aantrekkelijk om in Emden op goed weer te wachten, al is het niet onaangenaam toeven, maar stel dat het een week duurt. Dat is wel lang, dan liever terug naar Groningen. Daarentegen is het morgenochtend tot aan het middaguur nog redelijk kalm. Om 6.55 uur is het hoogwater en de drie bruggen op weg naar de zeesluis en de Ems hebben de eerste opening om 7 uur. De afstand naar Delfzijl is een mijl of tien, twaalf, en met de tijstroom mee zullen we er gauw zijn. Aldus besloten.

 

Vanmorgen piepen onze mobieltjes om half zes. Het is nog schemerig, net als toen we uit Nieuwe Statenzijl vertrokken. Om 7 uur liggen we voor de bruggen, die op tijd opengaan. We varen door naar de zeesluis die al openstaat. Naast ons een boot van de kustwacht, achter ons een grote zeesleper. Omdat het hoogwater is gaat het schutten vlot. Om kwart voor acht verlaten we de haven. De beide andere schepen slaan af, de Ems op. Buitengaats staat een vlagerige wind, toch meer dan voorspeld. Op zee moet je er altijd twee Beaufort bijtellen, zegt Anna. Op de rivier komt de tijstroom langzaam op gang. De zeegang wordt woeliger: tij tegen stroom en dat geeft korte, nijdige golven. Buiswater slaat tegen de kap. Voor het Volkswagen Werk ligt een grote vrachtboot. Men rijdt er zonder ophouden een eindeloze stroom splinternieuwe auto's naar binnen (foto hierboven). Ik heb geen idee wat voor modellen of merken het zijn; vroeger had ik dat zonder twijfel geweten.

     Ik houd de rode tonnenlijn aan, keurig aan stuurboord van de vaargeul. En daar, in de monding van de Eems, is het er opeens: de golven die sissend onder het schip weglopen, dat zich er smeuïg in voegt, de einder zonder land in het noordwesten, de zee, eindelijk de zee, het verlangen  om weg te varen. Ik geniet met volle teugen, al zeilen we niet eens. Maar niet lang. Een veerboot naar Borkum komt ons achterop lopen. Ruim voor hem langs steek ik de vaargeul over en om kwart voor negen varen we het brede Zeehavenkanaal van Delfzijl in. Rust. We motoren naar de zeesluis en kunnen meteen de kleine sluis invaren. Daarna volgt het Eemskanaal, een dodelijk saai water tot aan de stad Groningen. De weinige bruggen geven steeds meteen rood/groen als we aan komen varen, teken dat de brug zo openen zal. Donkere wolkengevaarten verduisteren soms de zon, maar tot een bui komt het niet. Wel waait het steeds harder, Bf 5 - 6 op de kop, en in het laatste deel van het kanaal zelfs even 7. Daardoor waait dit vaarseizoen mijn eerste petje in de plomp.

     Nog voor twaalf uur nemen we de laatste bruggen voor de Oosterhaven. Havenmeesteres Christa kent ons nog en geeft ons een box. Klaar. We meren af met de neus in de wind, zodat we de komende dagen luwte van de buiskap hebben. Maar het houdt in dat we over de preekstoel en het anker naar de lage steiger moeten klimmen. Lastig. Daarom graven we in de catacomben van Dulce ons neustrapje op. Vele jaren niet gebruikt, dus moet ik weer even uitvinden hoe het werkt. Daarbij klungel ik en laat een deel van de beveiligingsbout uit mijn handen vallen, tjoemp het water in. Geërgerd bind ik de zaak maar vast met een touwtje. Het werkt in elk geval goed (foto hier).

 

Terug in Groningen. De hele middag is het zonnig met vlagerige west- tot zuidwestenwind. We wachten de weersontwikkelingen met belangstelling af. Terug naar boven