www.sailing-dulce.nl

Logboek 2019/3 Zomer in Noord-Nederland

Nieuwe Statenzijl

Uitzicht over de Dollard vanaf de zeesluis bij Nieuwe Statenzijl.
Uitzicht over de Dollard vanaf de zeesluis bij Nieuwe Statenzijl.

Maandag 05-08-2019

Kantoortijd begint om 9 uur. Dan kunnen we het telefoonnummer bellen voor de A7-basculebrug bij Nieuweschans. Ik krijg meteen een aardige dame van Rijkswaterstaat aan de lijn. Zouden we vanmorgen nog een opening kunnen krijgen, ook al mag dat formeel pas een dag later? Ze belooft een poging te doen en belt na een kwartier terug: het kán. Om elf uur. Ik spring een gat in de lucht. Nu nog de spoorbrug bellen. Op het 06-nummer uit de ANWB-almanak antwoordt iemand die geduldig zegt dat hij al twee jaar dit nummer heeft en nog steeds af en toe gebeld wordt voor een brugopening. In de almanak staat dat de bediening door Afeer geschiedt. Ik zoek op Internet en Afeer blijkt een organisatie voor dienstverlening en banenhulp voor minder-validen. Tja, maar ik moet écht een brugopening hebben! Ik bel toch maar op en krijg een vriendelijke man van de receptie aan de lijn. Hij weet nergens van, 'maar ik zit hier pas vanaf 1 juli'. Hij gaat het uitzoeken en belt ook al na een kwartier terug. Het klopt dat iemand van Afeer die spoorbrug doet en hij gaat hem opsporen. Weer een kwartier later meldt hij dat hij iemand heeft gevonden, en dat bij de brug zélf een bord met een telefoonnummer is. Als ik dat bel, zal er iemand komen.

     Om kwart over tien is de afvaart. Het is bewolkt en tegelijk warm. Geen wind. We motoren opnieuw langs de A7 over de Westerwoldse Aa. Een vredig watertje. Onderweg belt de dame van Rijkswaterstaat. De brugwachter voor de A7-brug zal elf uur niet halen; het wordt kwart voor twaalf. Ondertussen zijn we bij die brug en meren voorzichtig af aan het remmingwerk. Boven ons is het bedieningshokje met streng 2x rood licht (foto hier). Er vallen lichte regendruppels, er zwemt een eend met vijf jongen, er lopen wat wandelaars en in het water wriemelen vlak onder het oppervlak dikke, donkergrijze vissen, terwijl het verkeer met donderdend geraas over de brug dendert. Verkeer en recreatie zitten in deze provincie dicht op elkaar.

 

Om twaalf uur denken we juist Rijkswaterstaat maar eens te gaan bellen als van de kant iemand roept. Het is de brugwachter! Ik moest helemaal uit Harlingen komen, zegt hij. Oh, goeie genade. De brug gaat open en we zien dat een andere brugwachter het fietsbruggetje even verderop bij Nieuweschans al heeft opengedraaid. Met de hand. We danken de man uit Harlingen uitvoerig. Bij de tweede brugwachter kunnen we de bedieningssleutel van de zelfbedieningsbrug in Klein Ulsda inleveren en het statiegeld terugkrijgen. Met moeite meer ik in 0.0 meter diepgang aan bakboord aan een steigertje af om Anna af te zetten. Ze loopt terug naar de tweede brugwachter, geeft de sleutel en krijgt de borgsom. Mijn leerling-brugwachter zal de volgende brug openen, zegt hij en ik ga zelf door naar de spoorbrug. Kijk eens aan!

     Nieuweschans ligt in een buitenbocht van het rivierje en bestaat grotendeels uit een industriecomplex aan de oever, zo lijkt het. Van het vermeende Kurort zie je vanaf het water niets. Iemand heeft een aantal jaren terug de naam Bad Nieuweschans bedacht, maar dat lijkt me geen succes. We passeren beide bruggen vlot en er is steeds genoeg diepgang. Nu komen we op het laatste stuk, pal naar het noorden, dat de grens vormt. Links is Nederland, rechts is Duitsland (foto hier). Aan die kant staan de weiden vol met enorme windmolens. Teken van de Energiewende van bondskanselier Merkel. Ondanks de omfloerste zon is het knap warm.

 

We motoren verder. Allengs wordt het sluizencomplex van Nieuwe Statenzijl zichtbaar. Het bestaat uit een spuisluis en een schutsluis. We meren af bij de laatste bij een betonnen kade, overwoekerd met gras, alweer nét mogelijk bij 0,0 meter onder de kiel. Ik klim de trappen op naar het gebouw van de sluismeester en word boven vergast op een prachtig, weids uitzicht over de Dollard (foto hierboven). Beneden is een klein haventje waarvan ik weet dat de diepgang er bij laagwater slechts 1.40 meter is. In de smalle uitvaart zie ik groene tonnetjes die niet op de kaarten staan. Dat is een meevaller, we zijn niet alleen afhankelijk van prikken op het wad. In de verte zie ik de zonbeschenen kranen van de industriehaven van Emden.

     Er komt een grote, kalende man aanlopen, de sluismeester. Hij herinnert zich mijn telefoontje uit Groningen nog. Veel scheepvaart is hier niet, zegt hij. We buigen ons over de tijtabellen. Morgenochtend is hoogwater om 5.21 uur. Hij adviseert me om om 7 uur te schutten, dan heb ik stroom mee en het is nog diep genoeg. Oké, dat spreken we af. Die groene tonnetjes, zegt hij, zijn er dit voorjaar pas gelegd maar houdt circa 20 meter afstand. Ik kijk nog wat rond op het complex. Aan de westzijde staat de waaiboei van kunstenaar Martin Borchtert in het land, op de grens tussen verdronken en opnieuw ingedijkt land (foto hier). De boei staat er al 23 jaar en leunt door de wind voorover in de windrichting. Als ik me omdraai en het land in kijk, zie ik ons scheepje in de aanloop van de zeesluis liggen (foto hier). Dit is een mooie plek.

 

Terug aan boord rusten we uit, tevreden dat we dit zelden door diepstekende zeiljachten bevaren traject achter de rug hebben. Anna gaat slapen na een slechte nacht vol migraine en ik soes wat in de kuip. Met veel gerommel trekt achter ons een onweer voorbij, de hoge bomen aan de kant ruisen als een oordeel. Maar het blijft hier droog en later komt de zon ook weer terug. Anna komt opgeknapt boven uit de slaapkamer. Vanavond een mooie avond, morgen vroeg verder. Terug naar boven