www.sailing-dulce.nl

Logboek 2009/1 (Malta>Çanakkale)

Pyrgos, Evia

Dulce in het avondrood aan de kop van het havenhoofd van Pyrgos
Dulce in het avondrood aan de kop van het havenhoofd van Pyrgos

Woensdag 24-06-2009

Waarom de brug van Khalkis niet vaker opengaat wordt ons pas goed duidelijk als we om zeven uur gisteravond een glas ouzo gaan drinken op het terras naast de brug. Goeie genade, wat een tijstroom spoelt eronderdoor! Tij is in de Middellandse Zee een verwaarloosbaar fenomeen met uitzondering op die lokaties waar er een smalle verbinding is tussen twee grote wateroppervlakken met een tijverschil. Zoals de Straat van Messina en straks de Dardanellen, maar dus ook dit gaatje tussen de noordelijke en de zuidelijke binnenzee van Evia. Het tijverschil is nu maximaal en de stroom onder de brug door, van noord naar zuid, gorgelt, kronkelt en kolkt wild. We schatten de stroomsnelheid op wel 20 knopen. Niettemin wagen mensen het erop. Een groepje wildwaterkano´ers oefent onder de brug, snelle motorboten en enkele vissers trotseren de wilde stroom en knokken zich erdoor, slim gebruik maken van kolken en tegenstroompjes langs de zijkant. Fascinerend om naar te kijken.

 

Om 21.30 uur zetten we de marifoon op kanaal 12. Het is inmiddels donker geworden. Enkele jachten kunnen het niet afwachten en motoren vast naar de aangewezen wachtplek, links van de brug. Ik zet de navigatieverlichting en het stoomlicht aan en ontdek dat mijn witte achterlicht niet brandt. Mogelijk corrosie of een kapot lampje, binnenkort even repareren. We voegen ons bij het gezelschap ronddobberende jachten. De brugwachter maant ons over de VHF om vooral te wachten op het vrachtschip en het motorjacht, die als eersten mogen. In de verte zien we het vrachtschip traag bewegen, over de brug dendert nog druk verkeer. Wat een bijzondere plek is dit eigenlijk! Er was hier al een dam in de vierde eeuw voor onze jaartelling. De Romeinse keizer Justinianus verving de dam door een houten brug en later bouwden de Venetiërs er een donkerzwarte brug. Dat zou de reden zijn van de naam Negroponte, zoals de Venetiërs het eiland Evia noemden. Ondertussen maakt het vrachtschip snelheid en zie, de beide helften van de brug zakken een stukje naar beneden en rijden dan uit elkaar in holtes onder het wegdek aan beide oevers. Met een verbluffende snelheid dendert het vrachtschip door de smalle opening, wat bedaagder gevolgd door het motorjacht, een houten tweemastbark van Turkse origine. En zie, daar volgen de zeiljachten in een zich als vanzelf formerende, statige kiellinie. Op beide oevers staan veel mensen te kijken en te zwaaien. Wonderlijk, de wilde stroming van een paar uur eerder is geheel verdwenen. Aan de andere kant leggen we langszij aan in het stadscentrum langs de kade, voorzichtig omdat het niet overal even diep is. Wij gaan langszij bij de Hollandse Contest 50 CS Maia, die we eerder zagen in Aliverion. Jaap & Diana liggen even verderop. In de kuip drinken we om elf uur een glas wijn, verbaasd om ons heen kijkend. Het is vreemd om na al die landelijke haventjes opeens midden in een drukke stad te liggen, vol winkels, terrassen en flanerende mensen. Het water begint alweer te stromen, in de weerspiegeling van de lichten op de andere oever zien we stroomrafelingen ontstaan. Het is net of je aan een rivieroever zit maar het is de zee.

 

Vanochtend vertrekken we om 8 uur met Oost 1 - 2, maar binnen een uurtje is het ZZW 5 tot 6. We zeilen op genua de noordelijke binnenzee van Evia in (foto hierbij), naar kaap Stalamáta. Jaap, die een mijl of wat verder vaart, waarschuwt over de VHF voor valwinden bij die kaap. Voor de zekerheid rollen we de genua een eind in. Inderdaad komen er flinke poeiers wind van de bergen af,  we nemen het zeil helemaal weg. Het raakt steeds meer bewolkt, de Navtex waarschuwt voor onweer en harde windstoten. Aan de overzijden rijzen de steile, ongenaakbare berghellingen van Evia donker en dreigend op. We overleggen en besluiten een beschutte ankerplek aan de zuidoever, de hoge wal, te zoeken en knokken ons tegen de steeds hardere wind de grote baai van Atalántis in. Maar de ankerplek is omringd door kale bergwanden waar de valwinden loeiend vanaf suizen. Dan maar beter rechtsomkeert en verder varen. Met de wind achter rollen we de genua weer deels uit, het waait ZW 6 - 7 met uitschieters naar 8. Allen op dat stukje zeil lopen we ruim 7,5 knopen, maar zodra nog hardere valwinden met knallen in het zeil vallen en Ans zich misselijk voelt worden, houden we het voor gezien. Het zeil zou zomaar uit de lijken kunnen scheuren en de liefste wil misschien helemaal niet verder meer mee... We ronden kaap Arkítsa. De wind valt zomaar weg alsof iemand ergens een knop omdraait. We varen langs lege en volledig verlaten stranden. De Grieken vinden het vandaag geen strandweer. Opeens zie ik de lazy jacks los bungelen. De harde wind heeft de knopen eruit gewaaid, waarmee ik ze laatst verlengde om ze verder weg te kunnen nemen voor het plaatsen van het zonnezeil. Mooie knopen gelegd, zeg!, smaalt Ans. De losse eindjes dreigen beiderzijds door de katrolletjes onder de tweede zaling te schieten. Dan moet je de mast in gehesen om de zaak in orde te maken. Liever voorkom ik dat en ik klim bij de mast op de giek. Met wat acrobatiek weet ik de loshangende eindjes te grijpen, waarmee ik toch weer wat aanzien terugwin bij mijn gade.

 

De rest van de tocht is chaotisch. Steeds wisselen wind en zeegang, je wordt er tureluurs van. Eerst is het met NW 1 motoren in de richting van de westelijke kaap van Evia, Litháda. Daar kun je tussen de kaap en de kleine eilandjes ervoor varen, als je goed op de diepgang let. Ook hier stroomrafelingen en kolken. We scharrelen langs de zandbanken en de ondieptes om de kaap heen. Aan het strand staan caravans, strandstoelen en parasols. Er is niemand te zien. Om de kaap kunnen we eindelijk weer naar het noorden, of beter, noordoosten varen. Dit is het Stenón Oréon, het kanaal van Oréon dat ons terug naar de Egeïsche Zee zal voeren. En warempel, de wind wakkert aan tot West 5. Hup, de genua uitgerold en zeilen. Deze westkust van Evia is dichtbebost, de andere oever bestaat uit kale bergen en een industriehaven. Als het niet opschiet, het loopt al tegen vijf uur, kom ik erachter dat we ruim een knoop stroom tegen hebben. Tenslotte arriveren we om zeven uur in de haven van Oréon. Die is vol met ondermeer charterjachten en de schepen liggen er te stampen op de hier weinig gebruikelijke zeegang uit het westen. Even aarzelen we, er is plek langszij een visserschip maar een laatdunkend gebaar van afwijzing van de luierende jonge kerels aan boord doet ons omkeren. Eerder kwamen we in deze baai langs het mini-haventje van Pyrgos. Volgens de pilot te ondiep maar we nemen een kijkje en verdraaid, de Maia uit Medemblik ligt er en er is nét plek voor ons. Kiara binnen de pier en wij op de buitenkant aan de kop. Dit zijn de mooie momenten van het zwerven: ergens een mooi plekje vinden waar je het niet had verwacht. De crew van Maia heeft zowaar het juni-nummer van Zeilen bij zich met mijn artikel over het migrantenschip. Opnieuw erger ik me aan de koptekst, die " Aqua" als " Acqua" spelt, hoe verzint zo´n koppensneller het. De avond valt met prachtige kleuren (foto hierboven en 2 hier) Een lichte swell doet ons scheepje wiegen, niet verontrustend. Dit haventje ligt geheel open voor de meltemi en daarom kun je hier zelden terecht, maar van de meltemi lijkt voorlopig nog geen sprake. Misschien blijven we een dagje, daarna varen we naar de Sporaden. Terug naar boven