www.sailing-dulce.nl

Logboek 2009/1 (Malta>Çanakkale)

Aliverion/Karavos, Evia

Golf van Petalion, nog geen wind
Golf van Petalion, nog geen wind

Zondag 21-06-2009

Gisteravond, liggend tussen de charterboten, hebben we veel plezier om een groep Oostenrijkers die met twee accordeons, een tuba, twee gitaren en een trommel hun aanstekelijke Tiroler dijenkletsermuziek vertolken. Ons  plezier is wat afgenomen als ze om vier uur vannacht nog steeds bezig zijn. Grappig, er zijn twee soorten huurders. De ene soort vertrekt zo gauw ze ingescheept zijn, geeft niet hoe laat het is ook al is het nacht. De andere soort zet het meteen op een zuipen - de Oostenrijkers bijvoorbeeld - en zal morgen zonder twijfel niet vroeg vertrekken. We kijken uit op de boulevard waar steeds meer kooplieden op wrakke tafeltjes of op een kleed op de grond hun waren uitstallen. Er zijn mensen met nep-horloges, Afrikanen met nep-Afrikaanse kunst en illegale DVD`s, Albanezen met kleding, een sneltekenaar en zelfs de obligate Panfluitblazer uit het Zuidamerikaanse Andesgebergte die zijn CD`s tracht te verkopen. De mensen uit het stadje slenteren de mensen langs in vrolijke groepjes, de mannen nonchalant, de vrouwen in lichte jurkjes, de kinderen met suikerspinnen. De pantalonnade gaat door tot voorbij middernacht. Ik zit innig tevreden op een bankje bij ons schip te kijken, deels naar de boot en deels naar de mensen. Naast me zit een oude man met een wit petje en een sik. Het is een Albanees. Hij verkoopt korte en lange broeken en shirts in ouderwetse kleuren, voor hem op de grond uitgespreid op een kleed, alles voor 4 euro per stuk. Niemand koopt iets van hem.

 

Vandaag is het de langste dag van het jaar. We zijn bijna twee jaar onderweg. Als we uitvaren is er zoals steeds geen wind, ONO 1. Na een halfuur mindert Kiara, die voor ons vaart, snelheid. Ze liggen stil. Als we naderen zien we dat Jaap aan een lijn te water gaat (foto hier) Hij duikt onder het schip en komt even later boven met een stukgescheurde vuilniszak die in zijn schroef zat. Opgelost. We passeren het noordelijk uiteinde van het smalle lange eiland Makronisi en varen de spiegelgladde Golf van Petalion binnen. We motoren langs de kust van het vasteland, die bezaaid is met omheinde villa's van mensen uit Athene. Zomerresidenties. Een paar keer zien we borden staand, die aangeven dat je in de mooie baaitjes niet mag ankeren. Verderop dunnen de villa's uit en maken plaats voor ongenaakbare rotskliffen, zoals kaap Mavroneri. Dan volgt de baai van Porto Rafti waarin een hoog rotseiland ligt, genaamd Raftis. Er staat een vreemd rechthoekig beeld op de top, volgens de pilot van Rod Heikell stamt het beeld uit de Romeinse tijd. Volgens hem staat het lokaal bekend onder de naam "De Kleermaker" vanwege de huidige naam van de haven (rafti = kleermaker) Wij vinden het echter meer lijken op Sponge Bob. Er komen voortdurend vliegtuigen over, iedere paar minuten wel een. Ze landen op Spata International Airport, de nieuwe luchthaven van Athene die in het dal achter de eerste bergrug ligt. Ans zit lekker in de zon (foto hierboven) als om kwart voor elf er opeens een mooie bakstag zeilwind opsteekt! Zuidoost 3 en even later 4. De motor gaat uit en we zeilen prinsheerlijk naar het noorden. Een veerboot op weg naar het langgerekte eiland Evia lijkt op ons af te stuiven maar even later ontwijkt hij ons keurig en vaart achterlangs (foto hier) Artemis heet ze, lezen we onder de boeg. Voor de goede orde: een zeilschip is voor zo'n snelle veerboot een sitting duck, hij moet je ontwijken want jij kunt veel moeilijker manoeuvreren en je weet immers ook zijn bedoeling niet. Verderop zien we dat Jaap hem wel ontwijkt, zijn genua inrolt en stil gaat liggen. Dat is volgens mij niet nodig.

We zeilen door en passeren aan bakaboord een lang, dun schiereiland dat bestaat uit een enkele smalle bergrug. Hier staat geen enkele villa. Het heet Marathon en het hangt als een wormvormig aanhangseltje, een appendix, aan het vasteland. Niet ver hiervandaan werden in 490 v.Chr. de Perzische veroveraars vernietigend verslagen door een veel kleiner leger van de Atheners in de slag met de bekende naam. De boodschapper liep 42 kilometer hard naar de stad om het nieuws te brengen en liep de eerste marathon. Nu komen we voorbij kaap Drakhonera en bij een smalle, ondiepe isthmus met een aantal kleine eilandjes erin. Op de grootste staat een huisje. De wind valt weg, tijdelijk gelukkig, als we de binnenzee tussen Evia en het vasteland binnenvaren keert de bakstagwind weer terug. Even verderop weer een kaal eilandje met een kaap die Paliofanaro heet. Mensen van mijn leeftijd die Toon Hermans kennen, willen nu "KROET!" roepen. Fout, dat was de polifinario.

De rest van het traject naar de noordoostelijke hoek in de kustlijn van Evia zeilen we perfect en snel voor het lapje op een steeds meer aanwakkerende zuidenwind. We suizen rond kaap Aliveri en met een kwartier zijn we bij de havenhoofden van Aliveri. Eigenlijk heet het haventje Karavos, het stadje Aliveri ligt een kilometer verder het binnenland in. Maar het ligt wel volledig aan lagerwal en dat is lastig. We kennen de situatie niet goed en hoe zit het me dieptes? Het zeil gaat eraf en we varen voorzichtig, terwijl golven en wind ons voortstuwen, de haven in. Aan de golbrekerdam liggen lokale boten en slechts twee jachten. Lange lijnen liggen in de weg. We motoren wat rond om de zaak te verkennen. Kiara kan langs het grootste zeiljacht achteruit op anker afmeren. Als wij dat voorzichtig ook proberen, raakt ons roer de bodem. Snel terug, hier kan het niet zo, misschien wel met de boeg en op achteranker. Ik kijk nog eens goed op de kaart. Bij het begin van de golfbreker ligt een klein jacht, het lijkt er dieper en er ligt ook een vissersboot. Ondertussen zie ik Bf 6 op de windmeter. Voorzichtig manoeuvreer ik er achteruit naartoe, een schuin oog op de dieptemeter. Ans staat voor klaar bij de ankerlier. De diepte loopt terug naar 1,2 meter en dan opeens wordt het weer dieper. Bij het afgemeerde jachtje roept iemand dat er drie meter diepte bij de kade is. OK! Ans laat het anker vallen en ik motor zacht tegen de heftige wind in naar de kade, de touwtjes gegooid naar de zeiler op de wal en naar Jaap die ook gekomen is, het anker houdt godzijdank en we liggen. Pfff...het adrenerge systeem moest even zijn best doen. Op de foto hier zie je er - zoals altijd - niks van dat het zo hard waait. We roepen een Frans jacht dat inmiddels zoekend rondvaart dat ze het naast ons kunnen proberen en even later liggen ze ook te plek. Anderhalf uur later helpen we een Hollands jacht, Maia uit Medemblik, op dezelfde wijze. Om zeven uur waait het nog altijd Zuid 5 / 6. Niettemin, het ziet er hier aardig uit. Aan de andere kant van de havenmuur is, vlakbij, een strandje waar de branding tegenaan rolt en langs de kade aan de overkant zien we wat taverna's.  Terug naar boven