www.sailing-dulce.nl

Logboek 2009/1 (Malta>Çanakkale)

Sarandë (2)

De tempel van Asclepios in Butrint
De tempel van Asclepios in Butrint

Woensdag 13-05-2009

Boven de politie- en douanekade, waar we liggen, is een aantal restaurants. Bij één ervan eten we gisteravond. Het heet Fredi naar de eigenaar, die 9 jaar lang op Korfu in een restaurant heeft gewerkt en nu hier is weergekeerd en voor zichzelf begonnen. Koken kan hij! We eten verrukkelijk ovengerecht van fèta met tomaten en gegrilde merluz. Volgens ons noemen wij dat heek. We drinken er een frisse lokale rode wijn bij. De rekening bedraagt niet meer dan 20 euro. Natuurlijk, Albanië is nog steeds een arm land, maar het is ook niet meer de poel van wanorde, wanhoop en ellende die Paul Theroux in "De Zuilen van Hercules" (1995) beschrijft. Het zuidelijke Sarandë viel hem vijftien jaar geleden overigens al mee. Nee, ze klimmen langzaam uit de put van uitzichtloosheid en armoede, zij het niet allemaal tegelijk. Op straat hangen veel werkeloze mannen rond. Tegelijkertijd worden grote delen van de schitterende, wilde kust volgeplempt met beton, hotels en appartementen voor toeristen. Investeerders wilden snel hun slag slaan en het gevolg is, mede door de economische recessie, dat het er veel te veel zijn. Ongeveer een derde deel van de kustbebouwing bestaat nu uit lelijke, onafgebouwde betonskeletten waar hier en daar kuddes schapen schaduw vinden. Het is ongelooflijk hoe snel deze uitzonderlijk mooie kust verpest is geraakt.

 

Vanmorgen worden we wakker van zachte kwettergeluiden. Het is niet His Lordship, die kan het mooier,  maar het zijn de kleine boerenzwaluwen die in de ruimtes onder de kade hun nesten hebben. Ik zit een tijd te kijken naar een jongen die op de kleine pier naast ons zit te vissen, ik denk op krabben. Hij is mager en waarschijnlijk straatarm, dat hij zo zijn maaltje bij elkaar moet scharrelen (foto hier) Vandaag bezoeken we met de taxi van een vriend van onze agent Agim de ruïnes van de oude stad Butrint (in het Romeins Buthrotum), 24 kilometer naar het zuiden langs het gelijknamige Meer van Butrint. Het werd in 1992 uitgeroepen tot UNESCO World Heritage Site en dat is volledig terecht. Het is een van de mooiste plaatsen die we op deze reis bezochten.

De weg is vol kuilen en uiterst smal. Regelmatig moeten ver de berm in om tegenliggers door te laten. We rijden langs het meer, dat langs de kanten bezet is met rechthoekige stellages. Daaraan hangen zo te zien stalen draden of netten waarop men mosselen kweekt (foto hier) Het meer heeft een open verbinding met de zee, het Kanali i Vivarit genaamd, Dit gebied vormt daardoor een schiereiland tussen de zee en het meer. Butrint ligt strategisch op een kleine en goed verdedigbare uitstulping in het meer, een heuvel van 45 meter hoogte. Met het meer zelf is overigens wel iets raars aan de hand. Net als de Zwarte Zee kent het twee volledig gescheiden waterlagen. De bovenste laag is 8 meter diep en rijk aan zuurstof en aan flora en fauna. De tweede, onderste laag is 17 meter diep, zuurstofloos en levenloos en hij bevat giftig zwavelhoudend gas. Ik vermoed H2S, zwavelwaterstofgas, dat ieder jongetje kent van de stinkbommetjes die naar rotte eieren ruiken. Je snapt het, als dat ooit naar boven borrelt dan stikken de mensen die aan de oevers wonen voor ze er erg in hebben.

We worden afgezet bij de ingang van het complex aan het Vivarit kanaal. Daar vaart net een ouderwets kabelpontje weg (foto hier) Iets verderop ligt een driehoekig Venetiaans fort. We kopen een kaartje voor 6 euro p.p. en dwalen verrukt twee uur lang door een prachtig bos met kwinkelerende vogels en vol met oudheden. Slechts een klein deel van alles is overigens opgegraven. Maar ertoe behoren een prachtig oud theater, in Romeinse tijd vernieuwd en uitgebreid (foto hier), een tempel voor Asclepios, de god der geneeskunst op de plek waar een bron was die men kennelijk voor geneeskrachtig hield (foto hiernaast en hier), enzovoorts. Ach, het is allemaal zó mooi en zó bijzonder om door dit bos te dwalen, de resten van muren, huizen, paleizen, baden, een agora, een acropolis, stadsmuren en poorten, vroegchristelijke basilieken, nóg een Venetiaans kasteel, en te zien en je te bedenken hoeveel eeuwen lang dit een levendige stad is geweest, met zijn periodes van voorspoed en tegenspoed. Ik maak tal van foto´s maar zet er maar een paar op de website (zie voor mog 8 foto´s hier)

Een aardig aspect is de veronderstelling, door sommigen geuit, dat Butrint gesticht zou zijn door de Trojanen, nadat ze door de Grieken onder leiding van Agamemnon en Achilles bij Troje verslagen waren. Het verhaal duikt ondermeer op bij Vergilius, die beschrijft hoe de Trojaanse held Aeneas zijn brandende stad verlaat, zijn vader op zijn rug dragend en met zijn zoon aan de hand. Na een lange zwerftocht over zee ontmoet hij op deze heuvel Helenos, de zoon van koning Priamus. Deze was aanvankelijk door de Grieken hier gevangen gezet maar later vrijgelaten. Hij huwde de schone Andromache, de tragische weduwe van Hector, die tijdens de oorlog door Achilles onder de muren van Troje geveld werd.

Zo beschrijft Vergilius het (ik heb alleen een Engelse vertaling gevonden in het boekje "Discover Buthrotum" (Tiranë, 2008) van Ylber Hysi, dat ik in het kleine museum kocht. Als ik een Nederlandse vertaling vindt - als we weer snel Internet hebben - vervang ik hem) als hij Aeneas laat zeggen:

 

"I saw before me Troy in miniature

A slender copy of our massive tower

A dry brooklet named Xanthus... and I pressed

My body against a Scaean Gate. Those with me

Feasted their eyes on this, our kinsmens´ town.

In spacious colonnades the king received them..."

 

Een mooi verhaal dat je ook bij andere auteurs vindt, zoals bijvoorbeeld Dionysus van Halikarnassus. Die Scaeacan Gate, die is er nog (foto hier) Je zou graag willen dat het waar was. Maar er is nooit een enkele archeologische aanwijzing voor gevonden. Overigens zijn ook Julius Caesar en de latere keizer Augustus hier geweest om het strategische Buthrotum tot een Romeinse kolonie te maken, ter bewaking van de Straat van Korfu. Na het verval van het West-Romeinse Rijk kende het tal van meesters, waaronder de zotte veroveraar Robert Guiscard met zijn Normandiërs (hij veroverde veel en behield niets), de Byzantijnen, de stadstaat Venetië (gedurende 400 jaar) en weer later de Osmanen. De gevreesde Turk Ali Pasha bouwde een sterk fort aan de rand van de moerasvlakte langs het Vivarit Kanaal. Lord Byron (de dichter dus) zou hier de gast van Ali Pasha zijn geweest voor hij aan de Griekse vrijheidstrijd ging deelnemen.

 

Met grote tegenzin verlaten we het complex, na nog het kleine maar o zo mooie museum bezocht te hebben, onderin de kelders van het Venetiaanse fort op de acropolis. Een rijk bestede dag! Morgen steken we over naar Korfu. Terug naar boven